Overwegingen van dit jaar

terug naar: aandachtig & nieuwsgierig .
En hier vind je:
Overwegingen 2016 -
Overwegingen 2015 - Overwegingen 2014
Overwegingen 2013 - Overwegingen 2012 - Overwegingen 2011 - Overwegingen 2010 - Overwegingen 2009
Overwegingen 2008 - Overwegingen 2007 - Overwegingen 2006 - Overwegingen 2005

Wil je kennismaken oude overwegingen van mij of mijn collega's bij De Duif, klik dan op Overwegingen basisgemeente De Duif, en kijk bij onder aan de pagina bij eerdere jaargangen of kijk bij Inspireren of bij Vieren.
Lees ook het mooie artikel over de Duif in Volzin, januari 2013.



Overwegingen van het jaar 2017

terug naar: aandachtig & nieuwsgierig



8 oktober 2017, Bewaar je glimlach, doop Yannic Omloo.
zie voor de hele viering: deze pagina van De Duif.

Openingsgebed: Het hart , uit: Een jihad van liefde – Mohammed El Bachiri

Baden in liefde, drijven op de rivier van het leven: niets rechtvaardigt haat, niets zal tot haat leiden. Zelfs de zwaarste beproevingen en de grootste teleurstellingen zullen ons niet doen zwichten voor een taal of een ideologie die oproept tot haat en vernietiging.
Laten we verdergaan vanuit het hart en de rede, met een overtuiging, of die nu religieus is of niet.
Laten we de liefde aanboren, die onuitputtelijke grondstof die uit het hart komt en niet uit de bodem.

Inleiding

Goedemorgen lieve mensen, van harte welkom in deze Duifviering in de Amstelkerk. In het weekend dat onze geliefde burgemeester is overleden verwelkomen we een nieuw kind in de wereld. Welkom Yannic, de dopeling van vandaag, welkom aan zijn grote broers Isaac en Alec, welkom alle andere kinderen. Welkom aan Martine en Chantal, de ouders van Yannic en welkom aan zijn grootouders, familieleden en vrienden. En last, but not least: welkom Duiven van iedere zondag, welkom Duiven van zo af en toe. Welkom leden van de Amstelkerk die even niet doorhadden dat vandaag De Duif hier kerkt.
“Je glimlach bewaren” is het thema van deze viering – en op de voorkant van ons boekje straalt de brede glimlach van Yannic ons al tegemoet. Maar deze viering is ook een gewone viering, zoals elke zondag – we zingen, bidden, luisteren en bezinnen ons.
In de lezingen van vandaag gaat het er nogal heftig aan toe. Jezus vertelt een gelijkenis waar de pachters van een wijngaard gewelddadig omgaan met de eigenaar. De toehoorders vinden dat de pachtheer zijn pachters met gelijke munt moet terugbetalen.
Zo niet Mohamed El Bachiri, Marokkaanse Belg, moslim en Molenbekenaar. Hij is weduwnaar en vader van drie zoons van 10, 8 en 3. Zijn geliefde vrouw Loubna was op dinsdag 22 maart 2016 met de metro op weg naar haar werk als gymdocent op een middelbare school in Brussel toen een terrorist het metrostel waarin zij zat opblies. Ze stierf ter plekke. Toch koestert El Bachiri geen haat ten opzichte van de daders, die claimden uit naam van Allah te handelen. Hij vergaat van de pijn, maar 'haten is waanzin'. Hij roept op tot een Jihad van liefde.
Deze twee verhalen komen samen met de doop van Yannic. Er zijn raakvlakken: niet alleen hebben Martine en Chantal met Yannic ook drie zonen, zoals Mohamed – Chantals zus Claire ontliep met haar dochter door puur toeval de aanslagen in Brussel. Maar het grootste raakvlak is de reactie van Mohamed – je glimlach bewaren en niet haten.
Wij zullen het er deze viering over hebben waar de beide moeders Martine en Chantal met mij zullen voorgaan. Wij wensen ons allen een goede viering! Eerste lezing Matteüs 21,33-43

Jezus zei tegen de hogepriesters en de oudsten van het volk: “Luistert naar een andere gelijkenis: Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde; hij zette er een heining omheen, hakte een wijnpers erin uit en bouwde een wachttoren. Daarop verpachtte hij hem aan wijnbouwers en vertrok naar den vreemde. Toen de tijd van de oogst gekomen was, zond hij zijn dienaren naar de wijnbouwers om de opbrengst in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen zijn dienaren vast. Zij mishandelden de een, doodden de ander en stenigden een derde. Daarop zond hij andere dienaren, talrijker dan de eersten; maar zij behandelden hen op dezelfde manier. Tenslotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, in de veronderstelling, dat zij zijn zoon wel zouden ontzien. Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: Dat is de erfgenaam; vooruit, laten we hem vermoorden en ons zijn erfenis toe-eigenen. Ze grepen hem vast, wierpen hem de wijngaard uit en doodden hem. Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat zal hij dan wel met die wijnbouwers doen?” Ze (de hogepriesters) antwoordden Hem: “Hij zal die ellendelingen een ellendige dood doen sterven en zijn wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers verpachten, die hem de opbrengst op de vastgestelde tijd zullen afdragen.” Toen sprak Jezus tot hen: “Hebt gij nooit in de Schrift gelezen: De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden. Op last van de Heer is dat gebeurd en het is wonderbaar in onze ogen. Daarom zeg Ik u, het Rijk Gods zal u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat wel de vruchten daarvan opbrengt. Toen de hogepriesters en Farizeeën zijn gelijkenissen gehoord hadden, begrepen ze dat Hij over hen sprak. Zij zonnen dus op een middel om zich van Hem meester te maken, maar ze waren bang voor het volk, omdat men Hem voor een profeet hield.

Tweede lezing: Jihad, uit: Een jihad van liefde – Mohammed El Bachiri

Ik zweer je dat ik dit onrecht zal beantwoorden als eerbetoon aan wie Loubna was en voor altijd zal zijn, uit achting, bewondering en liefde voor al mijn mensenbroeders en –zusters, ongeacht hun religie, geloof, afkomst of seksuele geaardheid.
In de beproeving die ik moest doorstaan voel ik me meer ‘jihadist’ dan de grootste strijder. Ik ben een jihadist van de liefde. Vraag me niet om te haten, nog liever zou ik sterven!

In klassiek Arabisch betekent het woord jihad ‘inspanning. De jihad is gebruikt om troepen te motiveren, oorlogen te voeren. Dat gebeurde dan in naam van God en in de ogen van een gelovige is er geen betere reden dan dat. Maar oorspronkelijk betekent jihad ‘inspanning’. Dat is de eerste betekenis: de inspanning tegen jezelf, tegen je hartstochten, je driften.
Een echte jihadist is iemand die niet in woede ontsteekt, ongeacht de situatie. Hij kan misschien wel razernij voelen, maar het is zo makkelijk om iemand te slaan of geweld te gebruiken. Het is de stomste reactie. Het echte jihadisme is een inspanning naar jezelf, naar je gedachten. De jihadist zoekt naar kennis, doet zijn best om anderen te ontmoeten, ook als die daar niet voor openstaan. De jihadist laat de moed niet zakken, hij bewaart de glimlach en erkent de menselijkheid van de ander.

De Profeet zei heel vaak: “Word niet woedend.” Hij gaf zelfs raad hoe je rustig moet worden: “Als een van de uwen woede voelt, laat hem dan zitten als hij staat om de woede te verdrijven. Als die niet verdwijnt, laat hem dan liggen.”

Overweging 8 oktober 2017, Diana Vernooij

Ik heb een vriend, die altijd erg overtuigd is van zijn standpunten en graag de discussie aangaat. Zijn kinderen hebben een cartoon in de w.c. opgehangen (overigens de beste plek voor dit soort grapjes) en daarop staat: “Met het ouder worden veranderen wel mijn standpunten maar niet het feit dat ik gelijk heb”. Mijn vriend moet gelukkig zelf grinniken om de cartoon, en dat relativeert zijn gelijkhebberij.

Ooit moet een mens de keuze maken tussen gelijk en geluk. Wil je gelijk hebben of gelukkig worden?
Het sluit elkaar namelijk uit. Mensen die gelijk willen krijgen eisen meer. Ze willen een bevestiging van de buitenwereld. Wat is er aan om gelijk te hebben als niemand dat weet? Gelijk willen hebben is verslavend en je krijgt er eigenlijk nooit genoeg van.
Gelukkige mensen interesseert het niet of ze gelijk hebben. Ze zijn op iets anders gericht, een andere kwaliteit van leven, iets als blij zijn met hoe de dingen zijn, dankbaar voor wat je geschonken is in dit leven. Gelukkig mensen nemen wat je gegeven is niet zomaar voor gegeven. Het léven is ons gegeven. Yannic is ons gegeven, ons eigen leven is ons gegeven. Laten we dankbaarheid daarvoor oproepen. We hebben al wat ons in de schoot valt juist gekregen omdat we op de schouders van onze voorgangers staan. Zij hebben gewerkt en gestreden om dingen voor elkaar te krijgen – wij mogen dat niet zomaar onverschillig terzijde schuiven als vanzelfsprekend. Chantal vertelde dat Martine en zij zich ervan bewust zijn, dat zij dank zij de generatie feministen voor hen, als lesbische vrouwen samen een gezin kunnen stichten en daarin geaccepteerd worden door de wereld om hen heen. Zij hebben geluk – ze worden niet verleid om steeds weer het gelijk te bewijzen dat het echt wel kan, goede moeders zijn, als lesbisch stel.

Bij het verhaal dat we lazen staan de gelijkhebbers tegenover de gelukszoekers. Jezus spreekt de mensen aan die het geluk najagen, hij zorgt voor zieken en inspireert de buitengeslotenen van de maatschappij. De hogepriesters jagen het gelijk na. “Wie mag nu eigenlijk spreken namens God? Dat zijn toch zeker wij, de hogepriesters, en niet die mafkees uit Nazareth?”

Dat gelijkhebberij dicht bij het actie-reactiespiraal van geweld staat zien we al in het verhaal. De wijnbouwers zijn gewetenloos, zij willen niets van hun winst afstaan aan degene die de wijngaard gesticht heeft. Ze vermoorden de dienaren en de zoon van de eigenaar om zich de wijngaard toe te eigenen. Puur onrecht. Het is een verháál dat Jezus vertelt en hij vraagt de hogepriesters wat zij denken dat de eigenaar van de wijngaard zal doen met de pachters. Die antwoorden dan dat hij de pachters een ellendige dood zal laten sterven en de wijngaard aan anderen zal geven.
Jezus geeft zelf geen antwoord op zijn eigen vraag. Verrassend genoeg draait hij het perspectief van het verhaal om. Het blijkt een gelijkenis te zijn. Het blijkt over de hogepriesters zelf te gaan die hem niet erkennen. Hij zegt dat het Koninkrijk Gods de hogepriesters zal worden ontnomen en aan anderen gegeven. In dat perspectief hebben de hogepriesters dus zwaar geoordeeld over zichzelf. Dat zit ze absoluut niet lekker. En zij zinnen op een moment om Jezus te pakken te nemen. De hogepriesters die op hun gelijk gericht zijn, zitten gevangen in een spiraal van geweld, en zullen doorgaan tot het gaatje, totdat Jezus aan dat kruis zal hangen en sterft.

Het zit in ons allemaal, de neiging het gelijk willen hebben voor het gelukkig zijn te laten gaan. Soms moeten we strijden voor rechtvaardigheid, krijgen we het niet in de schoot geworpen. Des te hardnekkiger het onrecht is, des te meer ligt de gelijkhebberij op de loer. Het is een menselijk patroon, dat gelijk willen hebben. Als je dat patroon níet kunt relativeren, als je gelijk hebben tot de meest betekenisvolle actie van je leven maakt, dan val je uit de liefde en kom je onherroepelijk in een spiraal van het geweld terecht.

Chantal verwees naar de vrouwen die voor haar gestreden hebben voor rechten die nu vanzelfsprekend zijn. Ik heb in mijn jonge jaren zo’n strijd voor autonomie als vrouw gestreden waar ik ook uit de bocht schoot. Het was in mijn radicale jonge jaren, zo’n 35 jaar geleden, dat ik inzag hoe afhankelijk ik van mannen was opgevoed. Ik raakte ervan overtuigd dat alle mannen onderdrukkers waren van vrouwen. Ik kon mij pas vrij maken, dacht ik, als ik de relatie met mijn vriend zou beëindigen. Ik vond dat ik het gelijk aan mijn zijde had, dus mijn vriend moest wel mijn onderdrukker zijn die ik beter kwijt dan rijk kon zijn. Dat ik daarmee een zachtaardige man onrecht deed, liet ik toen niet echt tot mij doordringen.

Sommige mensen gaan nog verder in hun gelijkhebberij. Ze willen rücksichtloos andere mensen hun waarheid opdringen en degenen die zich niet laten bekeren omleggen. Jihad wordt het nu genoemd, en vroeger: beeldenstorm, inquisitie: ketterverbranding, kruistocht. Geloof is helaas een al te mooi voertuig voor de gelijkhebbers. Geloof kent weinig nuances, en is maar al te goed te combineren met compromisloos leven. God staat aan onze kant, we hebben alle recht om ten strijde te trekken. Ik moet meteen aan Bob Dylan denken, protestzanger en winnaar van de Nobelprijs voor literatuur:

  • The First World War, boys
  • It came and it went
  • The reason for fighting
  • I never did get
  • But I learned to accept it
  • Accept it with pride
  • For you don't count the dead
  • When God's on your side.
    Oftewel: je telt de doden niet als God aan je zijde staat.
    Daarom is het nodig om er een ander compromisloos religieus leven tegenover te zetten, een andere jihad, een andere inspanning. Een jihad die jou juist op het moment dat een ander jouw leven verwoest, laat zeggen: “Niets rechtvaardigt haat, niets zal tot haat leiden.” Het is wat Mohammed El Bachiri doet. Altijd zal de liefde voor zijn vrouw, en de liefde die zij deelden het antwoord bepalen – en niet, nóóit de haat: “Liever sterven dan te haten!”, zegt hij. Onrecht beantwoorden met liefdebetoon. Altijd.

    Haat uit je hart bannen – nooit haat laten opkomen, nooit ook maar een broertje of zusje van haat laten opkomen: irritatie, woede, verontwaardiging. Nooit toestaan dat je dat gebeurt. En als het je toch gebeurt: het in liefde en zachtheid smoren én in relativering en humor. En ondertussen kritisch en radicaal blijven. Nee zeggen, het onrecht stoppen – zonder haat. Verder gaan vanuit het hart en de rede, met de liefde als onuitputtelijke grondstof.

    De spiraal van geweld doorbreken, de actie-reactiepatronen van het geweld doorbreken, dat kan op vele onverwachte manieren. Jan, hier in De Duif, vertelde dat hij eens gebeld werd om een ruzie te sussen tussen 2 echtelieden. Als hij aankomt zijn zij aan het schreeuwen tegen elkaar en het huis is een bende van stukgegooid huisraad. Jan richt zich niet op de woorden, probeert niet partij te kiezen of tussen¬beide te komen maar pakt de stofzuiger en begint schoon te maken. Dat koelt de hele situatie af.

    Niemand zou het vreemd vinden als Mohammed El Bachiri zou haten en schreeuwen. Hij heeft recht van spreken en hij spreekt. Hij spreekt verpletterend en indrukwekkend. “Niets rechtvaardigt haat, niets zal tot haat leiden.” “De ware jihadist zoekt naar kennis, doet zijn best om anderen te ontmoeten, ook als die daar niet voor openstaan. De jihadist laat de moed niet zakken, hij bewaart de glimlach en erkent de menselijkheid van de ander.”

    Dus laat de moed niet zakken. Laat ons die radicale jihadist van de liefde eer bewijzen. Laten we onze liefde bewaren. Bewaar je glimlach, Yannic, als de zeeën je soms te hoog gaan. Bewaar je glimlach Martine en Chantal, als de wereld zich tegen jullie lesbische moeders keert. Bewaar je glimlach lieve mensen hier in de Duif, wat je ook overkomt. En erken altijd de menselijkheid van de ander.

    Amen


    24 september, De Duif, uitreiking Vredesduif aan Diana

    Hans Ernens bij de uitreiking:
    "PAX heeft ook dit jaar vredesduiven uitgedeeld door ons hele land, in deze vredesweek. PAX staat voor vrede. Samen met mensen in conflictgebieden en kritische burgers in Nederland werken zij aan een menswaardige en vreedzame samenleving, overal in de wereld.
    Er zijn veel mensen die geloven in idealen van menselijke waardigheid, respect en vrede. Mensen in onze buurt geven hier handen en voeten aan door zich in te zetten voor hun buurvrouw, voor de kinderen in de straat of voor de leefbaarheid in hun wijk, stad of land. De jaarlijkse uitreiking van onze eigen Vredesduif, voor iemand die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de maatschappij en onze Duif, sluit daar naadloos bij aan.
    De genomineerde van dit jaar komt al tientallen jaren in de Duif en verantwoordelijk voor dito veel indrukwekkende overwegingen. Het woord indrukwekkend blijft de boventoon voeren als je haar naam intypt op Google, en tegen zoveel artikelen, publicaties, TV en radio interviews en blogs aanloopt.
    Kijk je verder op haar eigen website, WEBSTEK, zie je de aankondiging van al haar vieringen staan zoals die van afgelopen augustus; een van de misschien wel 100 vieringen die zij verzorgde in de Duif. Scroll je eindeloos naar beneden kom je uiteindelijk in 2007 uit, waarin zij op 17 mei 2007 het huwelijk in de Duif voltrok tussen Paul Louter en Elizabeth Portillo en vele zouden volgen. Op 08 oktober aanstaande zal zij Yannic dopen. Exact 9 jaar geleden ging zij voor in de Duif, ook op de vredeszondag. Ze verwelkomde een groepje vrouwen uit Congo, Burundi en Ruanda die uitgenodigd waren door de Nederlandse Vrouwenraad om het verhaal van hun vredes- en verzoeningswerk. Zoveel andere prachtige vieringen met mooie thema’s over liefde, alleen zijn, stilte, aandacht, ruimte voor bevrijding, verwondering, volgden jaar na jaar. Huwelijken, dopen, maar ook rouwplechtigheden waar zij zich met veel passie voor heeft ingezet en nog steeds doet.
    Talloze andere projecten en initiatieven volgden zoals hulp aan daklozen in Californie en de opening van de Nachtopvang / Doorstroomhuis in den Helder dit jaar.
    Praktisch filosofe, auteur, christelijk voorganger en boeddhist. Bedreven manager bij dnoDoen; een organisatie die kwetsbare mensen helpt die door diverse problemen niet meer thuis wonen, dakloos zijn of dat dreigen te worden en hen helpen met begeleiding, opvang en woonondersteuning.
    Lieve mensen, de activiteiten zijn eindeloos en zou een gehele viering kunnen vullen! Dat gaat helaas niet. Ik moet stoppen.

    Maar, over wie praat ik nu al die tijd?
    Zij is eigengereid en stellig in eigen meningen en overtuigingen. Zij IS het summum van zo’n kritische burger. Maar met net zoveel passie zet zij zich in voor de onderdrukte, de verschoppeling, de zieke, de kwetsbare, de andere mens en… natuurlijk voor de Duif.
    Zij is wat milder aan het worden, gerijpt door het leven en ervaringen, haartjes wat langer, krulletjes, rokjes en hakjes. Het staat haar goed., want ze heeft lef en gaat ervoor, altijd weer.
    Zij, beste mensen, heeft de Vredesduif 2017 als geen ander verdient.
    Zij, is onze eigen en unieke…….. Diana Vernooij!


    20 augustus 2017, Zwart Water
    Zie voor de hele viering: deze pagina van de website van De Duif Amsterdam

    Inleiding

    Goedemorgen lieve mensen, van harte welkom op deze mooie zomerdag.

    Eind augustus, we beginnen aan het eind van de zomer te komen en zijn dankbaar voor iedere zonnige dag die ons nog toevalt. Deze zomer zijn we in de Duif stroomopwaarts gevaren, het thema van onze zomerserie. We zijn de afgelopen weken de sprankelende kanten van het water tegemoet gevaren. Vandaag belanden we in stilstaand water, zwart water – vol organisch materiaal, maar zwart en bewegingloos.

    We kennen dat soort perioden in ons bestaan, waar alles zwaar is, zwart, moeizaam om door heen te ploeteren. Het licht wil er maar in doordringen. Met alles wat jij doet kun je het maar niet helder krijgen. En wat doe je dan? Stop je je hoofd onder het kussen, alsof je niet bestaat, wens je de dood? Doe je net alsof er niets aan de hand is en leef je dapper door? Hoe overleef je, en vooral: hoe maak je het leven de moeite waard?

    Zwart water geeft, net als zilver, een spiegelend oppervlak. We kijken in het water en we zien onszelf. We zien niet onze mooiste kant, we zien de schaduwen en onze diepere zielenroerselen.

    We luisteren naar de blues, de muziek van het zwarte water bij uitstek, en we tasten naar de bodem van ons bestaan. De blues is geen kerkmuziek – geen religieuze muziek. Het is niet verheven. De blues is ontstaan uit de muziek van slaven op de plantages. Altijd zijn de verhalen treurig, de zanger is ver van huis, haar geliefde heeft haar bedrogen, het bestaan is uitzichtloos en er is verlangen, verlangen naar huis, verlangen naar rust. De muziek raakt mij altijd weer omdat het overlevingskunst is in zware levensomstandigheden, smartelijk, mooi, vol ellende en toch altijd maar weer die passie voor het leven. Ik heb een keuze gemaakt waarbij de mondharmonica regelmatig zal klinken – fantastisch instrument in de blues. De meest voor de hand liggende muziek heb ik overgeslagen: Geen Muddy Waters – prachtige naam voor vandaag maar net even te veel bandmuziek, geen Bessie Smiths’ prachtige Blackwater Blues – heel mooi en toepasselijk maar helaas niet te downloaden of te koop. Maar ik besloot gisteren toch nog wat veranderen tov wat in het boekje staat en heb Billy Holiday ingevoegd bij de collecte ipv Mississippi John Hurt.
    Prachtige muziek dus voor vandaag. Amy Winehouse zong geen blues maar dit nummer was te mooi om over te slaan.

    Back to black – de moed om terug te gaan naar het zwarte water en de passie voor het leven te behouden – ik wens ons een mooie viering.

    Overweging

    Jona wordt overboord gesmeten in het zwarte water. Hij beveelt de zeelui hem te offeren aan de woeste zee. God zelf immers heeft de zee in beroering gezet. De zeelui schrikken hiervoor terug maar uiteindelijk doen ze wat Jona hen zegt te doen én zie, de zee bedaart.

    We lezen zomaar een stuk uit een lang bijbelverhaal, het is geen gebruikelijke lezing. We kennen hier de voorgeschiedenis niet en ook niet het vervolg van het verhaal. Wat is er aan de hand: God vraagt Jona om te profeteren bij het volk van Ninivé dat de stad verwoest zal worden door het wangedrag van zijn bewoners. Jona bedankt voor de eer en gaat ervan door. De woeste zee is het antwoord van God. Uiteindelijk wordt Jona gered door een walvis en doet hij wat God hem heeft gevraagd. Hij geeft zich gewonnen.

    Waarom heb ik dit stukje van het verhaal gekozen voor deze viering? Jona is wanhopig of dapper – misschien wel allebei. In ieder geval: hij heeft zich verzet tegen zijn lot en uiteindelijk geeft hij zich over. Jona verdwijnt in het zwarte water, het einde – denkt hij. Het is noodzakelijk om het schip en de mannen te redden. Maar het blijkt ook voor Jona noodzakelijk omdat hij beseft dat hij de wil van God niet kan ontvluchten zonder onheil af te roepen over zichzelf en over mensen met wie hij is. Dit leert Jona ons: het zwarte water is er om ons over te geven aan de wil van God. Wie zijn leven wil behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van de stem van God, die zal het behouden.

    Zwartheid en depressie heb je in soorten en maten. Van geen energie hebben, geen weg meer weten, niet weten hoe je je leven nuttig kunt maken, hopeloos vast zitten tot neerslachtigheid en zware gevoelens – er zijn vele varianten.
    Ooit in een ver verleden, ik was 20 of 21 kroop er een zwartheid in mijn leven waarvan ik al snel besefte dat dat nu de échte depressie was. Ik heb toen een paar weken geproefd aan een zwart water dat ik daarna, God-zij-dank, nooit meer heb hoeven smaken. Het echte diepe zwarte gat dat mensen ertoe aanzet een eind aan hun leven te maken – daar pretendeer ik niet met het verhaal van Jona antwoord op te hebben. Ik heb slechts diep ontzag voor wie in zulke zwarte periodes weet te overleven.

    Het zwarte water waar we het vandaag over hebben is dat van onze onmacht om het leven succesvol te maken, de onmacht om de stem van God te horen, onze onmacht om te doen waarvoor wij op aarde zijn gezet. We weten niet goed hoe te leven, we kunnen soms ineens niet meer de warmte terugvinden, de passie, het contact met het leven, met onze creatieve bronnen – dat ooit eens, misschien maar één keer in ons leven – ons volslagen helder was.
    God, waarheid, geloof, weten, verlichting, vertrouwen, wijsheid, helderheid, roeping.
    Hoe meer woorden er komen, hoe verder de ervaring weer wegzakt. Soms is er contact, is er de lijn naar Gods woord, en komt er gelukkig van binnenuit het antwoord op wat je moet doen. Maar soms ook is het zwart, leeg, koud, kaal – zijn we onbereikbaar buiten onszelf geworpen.

    Hisamatsu was een Japanse filosoof en een zenboeddhistisch leraar. Zijn fundamentele levenskwestie is de vraag: “Precies hier en nu, als niets werkt, wat ga je dan doen?”.
    Praten werkt niet, want het schept al onmiddellijk mentale beelden die een eigen leven gaan leiden en waarvan je weet dat ze grootspraak zijn. Zwijgen werkt niet. Zitten in meditatie of gebed helpt niet. Een moreel hoogstaand leven ambiëren helpt niet, al je ideeën en idealen zitten je in de weg. Opnieuw beginnen helpt niet – de keuze is te groot, studeren helpt niet. Niets werkt.

    Ik ken de teksten van Hisamatsu door de Nederlandse zenleraar Ton Lathouwers die van deze gekozen teksten zo ongeveer zijn levensmissie heeft gemaakt. “Wat doe je als er niets meer is dat je nog kunt doen?”.

    Het lijkt een onmogelijke vraag. Als er niets meer is dat je nog kunt doen, dan doe je niks toch? Dat is het meest logische antwoord. We doen gewoon niks.
    Maar dat is niet een antwoord dat je kunt leven. Mensen kunnen niet niks doen. We doen iets, anders zijn we dood. Wij doen altijd iets, al is het maar dat we ons verbergen, dat we ontkennen wat er gaande is, dat we een uitweg zoeken.
    We doen iets, proberen de ellende van ons af te schudden en als dat niet lukt steken we onze kop in het zand als een struisvogel, of we gedragen ons als slachtoffer en klagen alleen maar. Of we zijn boos, beschuldigen anderen, zijn snel aangebrand en geïrriteerd – ook dat is iets dat wij doen.
    Vaak doen we hetgeen we doen volkomen automatisch, of om het psychologisch te zeggen: volkomen onbewust. Onze manier van reageren vinden we vanzelfsprekend, zo zou toch iedereen reageren. Nee dus, dat is niet waar – iedereen heeft zo zijn eigen manieren om het zwarte water niet in te hoeven. Laten we er eens mee beginnen om dat automatische gedrag achterwege te laten. Dieper het water in te gaan, het zwarte water van niet weten. Bij het niet weten zijn. Je hoofd rechtop houden en tegelijkertijd ondergaan: je onmacht, je angst, je niet-weten, je onvermogen, je gebrokenheid, je verdriet.
    Soms zeggen mensen geërgerd: Wat nou “bij je onmacht zijn, bij je verdriet zijn”, je bent er toch altijd bij - kun je er ook níet bij zijn dan? Ja, dat kan, als je zeurt en piept en wacht tot je gered wordt, als je jezelf te zielig vindt, of als je anderen de schuld geeft van jouw onvermogen – dan ben je buiten jezelf en weiger je te luisteren naar wat er in je gebeurt.

    Ooit leerde ik als 18 jarige de blues spelen, het is een tamelijk eenvoudig schema van een aantal akkoorden op de gitaar, in alle toonsoorten te spelen. Als je dat schema eenmaal doorhebt, kun je overal in meezingen of spelen. Daar zit de genialiteit niet. De expressie doet het hem, het snerpend geluid van de mondharmonica, de doorrookte stemmen, het samenspel.
    De blues is de muziek van de zwarte overlevingskunst. Slaven hebben geen zeggenschap over hun bestaan, ze kunnen niets doen dan overleven. Met die erfenis is de blues ontstaan, de muziek van de zwarte mensen aan de onderkant van de samenleving, de muziek van mislukking en verlies, van onvermogen en houden van de verkeerde persoon. De blues heeft aan de wieg gestaan van de hedendaagse rockmuziek. De Rolling Stones hebben goed naar de muziek van Lightnin’ Hopkins geluisterd. Zij hebben zijn stemgeluid, zijn stijl en songs overgenomen en zijn er wereldberoemd mee geworden. Jimi Hendrix – pure blues, Nina Simone, Eric Clapton met zijn meest mooie blues-bas-loopjes van de wereld.
    Juist het uitschreeuwen van al die ellende in de blues is tegelijk het uitschreeuwen van de passie voor het leven, levensvreugde ondanks alles.

    De kunst is het dus om dat zwarte water in te gaan, de blues van het bestaan, en met swing en passie je te laten zakken in dat onbekende zwarte water. Je gaat het water in maar vergeet niet dat je passie hebt voor het leven.
    Voetje voor voetje: je zakt een beetje weg, de grond veert en modder kruipt tussen je tenen. Af en toe komen er belletjes zuurstof naar boven. Slierten langs je blote benen. Langzaam zak je in het zwarte water. Kopje onder, juist als je vaste bodem kwijt bent en je zweeft in het water – dan ineens is er een bodem in het bestaan. Juist in de diepte van het loslaten kun je ervaren dat daar vertrouwen is, de grond die geen grond is – een grondeloos vertrouwen. Vreugde, leven is vreugde, hoe het er ook uitziet. Het leven zélf is onbegrensd vertrouwen, onbegrensde openheid – en dat is de bodem van ons bestaan.

    Toen ik in Thailand 8 jaar geleden voor korte tijd intrad in een boeddhistisch klooster kregen wij voor onze inwijding een lotusbloem in handen. De lotusbloem is een heilige bloem die staat voor zuiverheid, puurheid, innerlijke groei en de verbinding met het universum. Wij kunnen onze groei naar wijsheid en verlichting zien als het groeiproces van die lotusbloem.
    Ze wortelt in de modder van het zwarte water, de drek van het leven is haar voedingsbodem. Het zwarte water draagt haar naar het licht, daar op het wateroppervlak ontvouwt ze haar prachtige bloem.

    Jij bent die lotus. Amen


    Pinksteren 4 juni 2017, De kracht die in mijn hart woont.
    Zie voor de hele viering: deze pagina van de website van De Duif Amsterdam

    Inleiding

    Goede morgen lieve mensen, hartelijk welkom op deze mooie Pinksterdag. Fijn dat jullie er zijn, fijn om hier samen bijeen te komen op de dag van misschien wel het belangrijkste verhaal van het Christendom: Pinksteren, de dag waarop we vieren dat de Geest van God in ons allen is neergedaald.

    Gisteren hebben we in een even indrukwekkende als eenvoudige viering (en dat is een compliment) afscheid genomen van Ans Visser, die meer dan 25 jaar voorganger is geweest in de Duif, voorzitter van de liturgie-voorbereidingsavond en lid van het pastoraal team. De kerk zat vol, Harris raakte ons hart, de familie vertelde verhalen waardoor we Ans nog beter leerden kennen, en het koor zong de sterren van de hemel. Het is een van de dingen waar we als kerk goed in zijn: de meest moeilijke momenten van het leven onder ogen zien en gezamenlijk benoemen en vieren.

    Dat kunnen we als kerk omdat Pinksteren bestaat, omdat wij de Geest hebben ontvangen en uitgenodigd zijn die in de wereld neer te zetten. “Zonder Pinksteren wisten we van niks” zei een kind op facebook. En zo is het maar net. 7 keer 7 dagen na Pasen is de tijd vol en kregen de apostelen de Geest, letterlijk. Zij weten zich erfgenamen, zij ervaren het heilig vuur in hun hart. Zij treden naar buiten. En 3000 mensen raken overtuigd en bekeren zich die dag en iedereen stond versteld.

    Ieder jaar vieren we Pinksteren, ik ga graag voor op deze dag. Ik krijg er niet genoeg van te praten over inzicht en verlichting – de grote cadeaus van Pinksteren.
    We kunnen plotseling grote inzichten en vreugde ervaren in ons leven. De Geest geeft ons momenten van vrede en gelijkmoedigheid – als we weten dat ook ons leven goed is, als onze stress, onze verwachtingen en verlangens wegvallen en dankbaarheid ons hart vult.
    De kracht die in je hart woont kan groots zijn, meeslepend en vurig, of soms juist zacht, als een stroom van compassie.

    De afgelopen tijd ben ik 2 maanden weg geweest, waarvan 6 weken in zenklooster Upaya in de Verenigde Staten. Het was te kort om echt te vervreemden van werk en leven hier en te lang en te intens om het als een vrolijke vakantie weer van me af te laten glijden.
    Ik heb er een gelijkmoedigheid en diepgang ervaren die me enorm goed deed. En nu ben ik al weer 3 weken terug en nog steeds wil ik hier niet helemaal zijn. Het lukt niet goed in mijn werk te komen, het verlangen naar de liefde is lastig, alleen wonen is niet leuk en ik weet het even niet meer.

    En daar gaat het vandaag dus ook over, over wat erna komt, na die mooie inzichten en verlichtingservaringen van Pinksteren. Na de wittebroodsweken begint het huwelijk pas. Wat gebeurt er met je verlichtingservaringen, je Eureka, je Hallelujah, als je weer gewoon jengelende kinderen of lastige klanten naast je hebt staan terwijl je slecht geslapen hebt?
    Hoe staat het dan met die kracht in je hart? Is die bestand tegen de waan van alledag?

    We gaan hier vandaag dit uur aan wijden. Hans en ik wensen ons allen een mooie viering toe.

    Overweging

    Ik las een boek dat heet: “Na het feest komt de afwas” (van Jack Kornfield). Het gaat over het leven dat bekende mystici en leraren leidden nadat ze verlichtingservaringen hebben gehad. Ze hadden piekervaringen, beseften de zin van het leven, ervoeren grote vreugde en vrede.
    Hoe zijn ze omgegaan met de onvermijdelijke terugkeer naar het gewone leven van jengelende kinderen en bumperklevers? Want, ondanks je bijzondere ervaringen: jij blijft je gewone jij. Je neuroses zijn niet ineens weg, je kleinzerigheid, je irritaties, je karakter.
    Er zijn verlichte briljante mensen die een liederlijk leven leidden. Anderen die depressief werden of doodongelukkig waren omdat ze het zichzelf kwalijk namen dat ze niet boven het dagelijkse gedoe in het leven uit konden stijgen.
    Wat doe je als je gevonden hebt wat je zocht: als je inzicht hebt verworven, lef, helderheid over wat écht belangrijk is in het leven. Als je hart tot ontwaken is gekomen, als je een vrede ervaren hebt die al je angsten heeft weggevaagd.

    Ik ken een paar bijzondere vrouwen die de Geest kregen en hun werk opzegden, hun huis verkochten, spullen aan de kant deden en nu als moderne apostelen het halve jaar in een klooster leven en de andere helft van het jaar op huizen passen in Nederland en zich kosteloos inzetten voor de goede zaak. Een van hen paste op mijn poezen, toen ik weg was. Zo geven zij vorm aan hun inspiratie.

    Wat mij betreft, in het klooster in de Verenigde Staten had ik geen heftige emoties, geen grootse vergezichten, geen diepe verlichtingservaringen – wel een zachte vanzelfsprekende gelijkmoedigheid en vreugde in het kloosterleven, kleine zinvolle inzichten over hoe ik in het leven sta, emoties die opkwamen, me raakten en weer weggingen. Ik heb erover geschreven in columns die jullie allemaal op de site van de Duif kunnen lezen.

    Terwijl ik in het klooster was, was dít ook steeds het thema: Wat heb je aan verlichting als er nog zoveel lijden is in de wereld. We verdiepten ons in koans, op het eerste gezicht onbegrijpelijke zenverhaaltjes, zoals degene die we lazen als eerste lezing. We studeerden op een tekst uit de 7e eeuw over de weg naar verlichting. We mediteerden in het hier en nu, lieten alles in ons hart vallen en zagen wat het ons deed.

    De abdis van het zenklooster, Roshi Joan Halifax, heeft zich gespecialiseerd in stervens-begeleiding. Dat is haar manier om haar inzicht en wijsheid in het gewone maatschappelijke leven zinvol te maken. Roshi heeft jarenlang stervenden begeleid, ze heeft ter dood veroor-deelden bijgestaan en ze geeft al 25 jaar lang in haar klooster trainingen aan artsen en verpleegkundigen, samen met een team van universitair docenten. Ik mocht zo’n training van een volle week bijwonen. Artsen en verpleegkundigen, waarvan velen nooit gemediteerd hadden – bijeen in een zenklooster. Ze kregen er bijscholingspunten voor – dus moest de training wel aan alle universitaire normen voldoen. Zonder één boeddhistische term herkende ik alle boeddhistische kenmerken in de training.

    Bijvoorbeeld de stilte – tijdens de training werd er gesproken en uitgewisseld en vragen gesteld en beantwoord – maar tijdens het eten en tussen de sessies was er stilte, weldadige stilte die ons de mogelijkheid gaf alles te verwerken en niet druk te kletsen.

    De vraag van deze training was hoe je dat doet: in de meest moeilijke situaties een baken in de branding zijn. Stervenden, familie, andere artsen en verpleegkundigen – de verwarring, pijn, ontkenning, onderling geharrewar, onenigheid soms. Ik zat in een groep met een vrouwelijke arts die in een kinderkankerziekenhuis werkte. Daar moet je wel haast verlicht voor zijn. Ik zag haar regelmatig in tranen, ze sprak nooit met haar collega’s over wat het sterven van de kinderen haar deed. Kan dat überhaupt, zoveel weerloos sterven zien, zonder jezelf te overvragen? Moeten we onszelf niet beschermen, voorkomen dat we uitgeput raken? Met die vraag kwamen veel artsen en verpleegkundigen. Hoe voorkomen we burn-out en uitputting van empathie.

    Niet alleen artsen zijn gewend om klinisch naar ziekte te kijken en vanuit het hoofd te redeneren. Wij zijn allemaal geschoold om dat te doen waarvan we vínden dat we dat móeten doen. We zetten onszelf over emoties heen om bij een ander te kunnen zijn. En we denken dat we onszelf moeten afschermen opdat het niet teveel wordt. We proberen het uit ons hoofd te zetten, een muurtje tussen het lijden en onszelf te maken. Professionele afstand noemen we dat en zelfbescherming.

    Maar professionele nabijheid kan ook! Met compassie aanwezig zijn, in het midden van het vuur staan en vanuit je hart de juiste dingen doen – het kan.
    Kuan Yin, de heilige van de compassie, heeft duizend handen en ogen om met alle aandacht mensen in hun kleinste lijden én in hun meest verschrikkelijke lijden te zien en hen nabij te zijn. Ze kan dat omdat ieder handgebaar, ieder zien van lijden, juist niet gestuurd wordt door zelfzuchtigheid of zelfbescherming.

    In het westen denken we bij ethisch hoogstaande personen aan mensen met grote zelfbeheersing en onbaatzuchtigheid, aan mensen die streng zijn voor zichzelf, eerder dan aan iemand die haar arm slaapdronken om haar geliefde slaat.
    In Manchester na de bomaanslag schoot een dakloze man, die buiten stond te bedelen, onmiddellijk te hulp. Hij hielp een meisje en hield een vrouw vast die in zijn armen stierf. Hij werd als een held gezien. Maar hij zei: “Ik ben geen held, ik zou het zo weer doen.”

    Dit is de ware compassie: het niet weten maar met vanzelfsprekend een lief gebaar maken, zo kwetsbaar als je bent. Zo ontspannen als iemand die ’s nachts slaapdronken haar armen om haar geliefde slaat. Zo vanzelfsprekend als reiken naar het kussen in de nacht.
    Liefde geven op zó’n diepe, ontspannen, niet zelfbewuste, kalme manier – om het leven aangenamer te maken, om de pijn te verlichten. Op deze manier ben je als Kuan Yin, heb je de energie van duizend armen die jouw geliefde mens, jouw geliefde cliënt, comfort geven. Je hart geeft het je in. En dan zeg je bij jezelf: het gaat vanzelf. Als je je werk goed doet, zeg je: het gaat vanzelf.

    In het Boeddhisme wordt niet wilskracht maar spontaan het goede doen juist als het hoogst ethisch haalbare gezien. Je kunt jezelf er niet op beroemen, je hebt er geen doorzettings-vermogen voor nodig. Je hoeft geen held te zijn, je kon niet anders, het ging vanzelf.

    En het mooie is, dat je dat kunt leren. Nee, spontaniteit kun je niet rechtstreeks leren. Je kunt niet zeggen: je moet nu spontaan een lief gebaar doen. Maar wat je wel kunt leren is om zo aandachtig bij jezelf en een ander te zijn dat je spontaan het goede doet. Je kunt je afstemmen en helder krijgen wat nodig is. Je kunt met onverschrokken hart aanwezig zijn bij verschrikking. Het was heel bijzonder om een training mee te maken die gewone artsen en verpleeg¬kundigen hierin schoolde.

    Pinksteren, inzicht en ontwaken, kan iets betekenen voor het lijden in de wereld. Als ons ontwaken werkzaam wordt in de wereld, als het helpt om het lijden uit de wereld te halen – dan is het zinvol. De apostelen stonden op, ze spraken zich uit, ze overtuigden mensen en bekeerden hen tot een leven in vrede, eenvoud en gezamen¬lijkheid. Wie zich liet dopen deelde haar of zijn goederen en bezit. En ze woonden allen samen en leefden in jubel en eenvoud.

    Verlicht rentenieren bestaat niet. Ontwaken zet je op een spoor. Pinksteren zet je aan het werk. De Geest roept je op om de wereld in te trekken en vanuit je hart en je ziel het lijden te verlichten, met duizend armen en ogen – heel vanzelfsprekend zoals je in de nacht naar je kussen reikt. Het gaat vanzelf.


    Vallen voor de verleiding - 5 maart 2017
    Zie voor de hele viering: deze pagina van de website van De Duif Amsterdam

    Overweging

    De prachtige film Moonlight, die vorige week de Oscar won voor de beste film, laat zien hoe een klein schuchter zwart jongetje gepest wordt. Het jochie heeft al heel wat ellende gezien en is zonder zelfvertrouwen. Hij vecht niet terug, hij is zachtaardig en bedeesd.
    Pesten op school. Ik herinner me dat ik ooit meegedaan heb met het pesten van een jongen uit mijn klas, Harry. Ineens voelde ik die opwinding en deed ik mee met de groep op school die een jongen in de klas uitjouwde. Ik herinner het me het ook omdat ik van mezelf schrok. En ik herinner me dat ik van weeromstuit boos op hém werd, juist omdat hij zo schlemielig was en zich liet pesten. Dat maakte het makkelijker om ermee door te gaan, hem voor schlemiel uit te maken.

    De antropoloog en filosoof René Girard heeft het zondebokmechanisme beschreven. Alle opgekropte frustraties van een groep mensen worden gericht op één persoon die wordt gezien als de bron van het kwaad. Dit individu krijgt alle schuld en wordt uit de groep gegooid: de zondebok.
    Ik heb het verhaal van de zondebok in Leviticus opgezocht en we hebben het gelezen vandaag. We lazen hoe Aäron, die na de dood van zijn broer Mozes de leiding op zich genomen heeft van het volk, het ritueel van verzoening met God uitvoert. Een onderdeel daarvan is het benoemen van alle misdaden en vergrijpen van het volk terwijl hij zijn hand op de kop van een bok legt. Daarna wordt de bok de woestijn in gestuurd en zijn alle misdaden verzoend. Het volk is gered van het kwaad dat het had overmand.

    Pesten op school is precies dat, het maakt eenheid in een groep omdat één iemand tot zondebok wordt, tot pispaaltje, die met geweld uit de groep wordt gestoten. En we zien het ook op grote schaal terug: heksenvervolging, Jodenvervolging, buitenlanders de schuld geven. En in het klein: in iedere groep is er altijd wel iemand die volgens de anderen niet deugt of die uit de groep valt. Ik ben regelmatig op groepsvakanties geweest en altijd is er wel een persoon of een stel waaraan ik me ergerde. En ik was niet de enige, anderen ook en er werd geroddeld en buitengesloten. De kleine ongemakkelijk¬heden op vakantie krijgen een uitlaatklep in het geroddel en de afkeer.
    Een zondebok is dus iemand die de schuld van velen op zich geschoven krijgt, vaak is er een aanleiding, maar de uitstoting en het geweld is onterecht.

    Hoe erg het kan worden lezen we in Matteus: Het verhaal gaat dat de gouverneur, zoals ieder jaar met Pesach, een veroordeelde zal vrijlaten. Het volk mag kiezen wie. Pilatus verwacht dat de menigte Jezus zal kiezen maar het kiest Barrabas, een moordenaar. Jezus moet sterven, scandeert het volk. Dit is het verhaal – het gepeupel kiest tégen het goede en vóór het kwade.
    Volgens historici is een dergelijk gebruik van de keizer helemaal niet bekend. Het is een verhaal, geen ware gebeurtenis. De bedoeling van dat verhaal zou kunnen zijn dat het volk niet beseft wie nu de echte Zoon van God is: niet Barrabas, die waarschijnlijk een gewelddadige revolutionair was, maar Jezus, de vredepreker. Het volk is teleurgesteld in Jezus, juist omdat die zich geweldloos gedraagt en zich niet verzet, niet vecht en de Romeinen verslaat. Van hem komt er geen gewapende revolutie. Het volk heeft haast, het wil het koninkrijk nú en daarom kiezen ze Barrabas. Jezus en de ware vrede wordt geofferd.

    Hier zien we de zondebok uitvergroot. Juist de grootsheid van Jezus wordt neergesabeld en laat de kleinheid van de menigte winnen. Iedereen in die menigte valt voor de verleiding om mee te schreeuwen. Waarom? Uit frustratie? De angst en de woede wordt bot gevierd op een onschuldig mens. En juist deze mens had een grootse maar pijnlijke boodschap: “Jullie kunnen niet worden gered door een machtige leider die schoon schip maakt met de heersende macht. Geef de keizer wat des keizers is. Het Koninkrijk van God is onder jullie en de Geest is in jullie.” Dat willen de mensen helemaal niet horen – weg met de man die deze pijnlijke maar ware boodschap vertelt.

    Vallen voor de verleiding van het kwaad is niet zo moeilijk. Je hoeft alleen maar mee te huilen met de wolven in het bos, mee te gaan in de publieke verontwaardiging of groepsvorming tegen iemand. Je hoeft niet meer zelf je opmerkingsgave te gebruiken, je eigen oordeel. Er zit in een grote aantrekkingskracht in de macht van de groep. Besef je het als je valt voor de verleiding van het kwaad? Als we midden in het kwaad zitten beseffen we het niet, schrijft Simone Weil. We zien het eerder als noodzaak, als iets dat moet gebeuren. Ik schreeuw tegen dat jongetje dat hij niet zo schlemielig moet doen. En die Jezus, die moet verdwijnen – die heeft een onprettige boodschap en voorkomt de revolutie eerder.

    Simone Weil leefde en stierf in een periode van groot kwaad: de 2e wereldoorlog, de vervolging van de joden. Van de vervolging van de Joden is gezegd dat ontmenselijking mogelijk werd gemaakt omdat eerst de joden werden geïsoleerd, gedemoniseerd en vervolgens gedeporteerd. Als je niemand meer kent, alleen nog maar het algemene begrip Joden of Turken of Marokkanen of vluchtelingen of moslims, of homoseksuelen of politici of managers of bankiers – dan is het makkelijker te accepteren dat de hele groep een aparte behandeling krijgt alsof iedereen uit zo’n groep de bok is die uitgedreven moet worden.

    Wat mij opvalt is de overtuiging van mensen die om het hardst veralgemeniseren: niet mijn Marokkaanse buurvrouw natuurlijk, maar alle Marokkanen zijn toch eigenlijk …- vul maar in.
    In het boeddhisme word je uitgenodigd jezelf de vraag te stellen bij alles wat je zegt: “Is wat ik wil zeggen waar, is het noodzakelijk en is het vriendelijk?” En als het over mensen gaat is voor mij de maatstaf: “Zou ik hetzelfde zeggen als iemand van die groep erbij stond?”

    Wat is de verleiding die maakt dat we in de menigte opgaan, die maakt dat we ongenuan¬ceerd meningen uiten over bevolkingsgroepen of over mensen die we onvoldoende kennen?
    Als we bang zijn zoeken we de schuldige op, de zondebok. Wat je in groepen ziet gebeuren kunnen wij in ons eigen leven als mechanisme herkennen. Rottafel roepen als je je stoot. Zoeken naar een schuldige als we bang zijn. Kribbig uitvallen naar een onhandig kind als we moe zijn. Iemand nog een trap nageven als hij al gevallen is.

    Wat ik gewild heb, wat ik gedaan heb – dat prachtige lied dat we aan het begin van de viering zongen breng het zo prachtig bij elkaar: onze zwakheid en onze liefde.
    Al het beschamende, neem het van mij. En dat ik dit was en geen ander,
    dit overschot van stof van de aarde: dit was mijn liefde. Hier ben ik.

    Je zou kunnen denken dat je de zwakheden snel moet zien te overwinnen, beter je best doen en niet meer terugdenken aan je fouten. Misschien is dat juist geen vruchtbare levenshouding. Kijk nog maar eens naar het verhaal van Aäron. Hij stuurt de bok met schuld beladen de woestijn. Maar voordat hij dat doet, benoemt hij hardop alle misdaden en vergrijpen van zijn volk en legt zijn hand op de bok.
    Voordat verzoening kan plaatsvinden, voordat vergeving, voordat bevrijding van jou en de ander van schuld kan ontstaan, horen de misdaden en vergrijpen hardop genoemd te worden. Die beker moet leeggedronken worden voordat er sprake kan zijn van echt opstaan.

    Laten we niet te hard ons best doen om betere mensen te worden. Misschien is ons voornemen om goed te willen leven genoeg. Dan is het onder ogen zien en naast elkaar laten bestaan van je zwakheid, je neigingen tot kwaad, de foute dingen die je gedaan hebt en je liefde, je grootsheid – dan is dat onderkennen van die beide kanten in je wel de beste manier om in het leven te staan.

    Omarm de dingen zoals ze zijn,
    houd je intentie hoog om goed te doen
    én wees gelijkmoedig.

    Amen


    Zondag 29 januari 2017 De ootmoedigen beërven het aardland, met Natalie Coenradi

    De hele liturgie is hier op de website van De Duif Amsterdam te lezen.

    Inleiding

    Goedemorgen, lieve mensen van de zondagmorgen – bijeen in onze gezamenlijke kerk De Duif. Welkom iedereen – nieuwkomers, oudkomers, mensen van nu en dan – fijn dat jullie er zijn.

    “Denk niet licht over het kwaad, mij overkomt het niet”. We lazen net deze tekst uit de Dhammapada, een boek met uitspraken van de Boeddha, en we gaan het vandaag vergelijken met de Bergrede van Jezus en Psalm 37. In beide teksten wordt gewezen op hoe wijs te leven – wat je geluk zal brengen en hoe domheid te voorkomen, omdat dat je ongeluk zal brengen.

    Van de Bergrede lezen we het eerste deel vanmorgen: de zaligsprekingen. Deze zaligsprekingen worden gevolgd door weespreuken en praktische leefregels. Dat komt waarschijnlijk in latere zondagen aan bod. Mattheus verwijst naar Psalm 37 precies daar waar het over de ootmoedigen gaan. De “zachtmoedigen” staat er vertaald bij Mattheus, en in de Psalm “de ootmoedigen”. Dat intrigeerde mij. Wat is ootmoed? Ootmoed is een ouderwets woord. Het eerste waar ik aan denk is aan Maria in “de Herdertjes lagen bij nachte”: “Maria die bloosde van weelde, van ootmoed en lieflijke vreugd”. Maar wat is het nu eigenlijk, ootmoed?

    Een filosoof heeft ooit de ootmoed “het troetelkind van de deugd” genoemd. Een prachtig begrip om deze viering in het midden te zetten en te onderzoeken.

    Laten we zingen en bidden en stil zijn. Laten we horen en onderzoeken – iets van ootmoed herkennen bij onszelf en het herwaarderen en de plek geven die het in ons leven toekomt.
    Dat wens ik ons toe vanmorgen – hier in De Duif, amen.

    Lezingen

    Openingsgebed Dhammapada 9: 121-122

    Denk niet licht over het kwaad, met de woorden: “Mij overkomt het niet”. Door de gestage drup wordt een kruik gevuld; op dezelfde manier raakt de onwijze mens vol kwaad door beetje bij beetje het kwade op te hopen.

    Eerste lezing Psalm 37: 1-11

    Afgunstig op kwaadstichters, wees dat nooit,
    benijd boosdoeners niet:
    want als gras verdorren zij ijlings,
    verwelken als tenger groen.

    Bouw op de Ene, doe wat goed is,
    bewoon de aarde en wees trouw;
    heb vreugd in de Ene en hijzelf
    zal je geven de wens van je hart.

    Cirkel in al je gangen om de Ene,
    bouw op hem en hij zal het doen;
    en zal je gelijk als het licht laten rijzen,
    als de middagzon doen stralen je recht.

    De Ene: wees stil voor hem,
    verbeid hem;
    benijd niet, al bereikt hij zijn doel,
    de man die werkt met listen en lagen.

    Erger je niet, word niet woedend,
    voed geen afgunst, het sticht maar kwaad:
    eens worden kwaadstichters weggemaaid,
    en die hopen op de Ene, zij beërven het aardland.

    ’n Flits en de boosdoener is heen,
    je zoekt zijn standplaats: verdwenen!-
    de ootmoedigen beërven het aardland,
    laven zich aan een overvloed van vrede.

    Tweede lezing Matt 5: 1-12

    Als Jezus die scharen ziet klimt hij op naar de berg;
    als hij gaat zitten komen zijn leerlingen tot hem.
    Hij opent zijn mond en onderricht hen, zeggend:

    zalig wie arm zijn door de geest
    omdat van hen is het koninkrijk der hemelen;
    zalig wie treuren,
    omdat hun troost zal worden toegeroepen
    zalig de zachtmoedigen,
    omdat zij de aarde zullen beërven
    zalig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
    omdat zij zullen worden verzadigd;
    zalig de ontfermers,
    omdat zij ontferming zullen ervaren,
    zalig de reinen van hart
    omdat zij God zullen zien;
    zalig wie vrede stichten,
    omdat zij zullen worden uitgeroepen tot kinderen van God;
    zalig wie worden vervolgd vanwege gerechtigheid,
    omdat van hen het koninkrijk der hemelen is;
    zalig zijt ge wanneer ze u zullen beschimpen
    en vervolgen en al wat boos is zullen zeggen,
    tegen u vals getuigend vanwege mij;
    verheugt u en jubelt,
    omdat uw loon overvloedig is in de hemelen;
    zó immers hebben ze de profeten vóór u vervolgd!

    Overweging

    De laatste weken staan de kranten en de sociale media bol van de berichten over de nieuwe president van de VS, zijn woorden en besluiten, de vergelijkingen met zijn voorganger maar vooral ook de angsten van de mensen, de protesten. Ik scrol bijna overal doorheen zonder te lezen. Oké, ik maak een uitzondering voor de grootse vrouwenmarsen afgelopen week en voor het prachtige satirische filmpje van Arjan Lubach. Maar verder probeer ik me niet te veel te laten beïnvloeden. Ik wil me niet laten raken zoals zovelen om me heen door negatieve of boze emoties. Hoe lastig is dat niet als je wel betrokken wilt blijven!

    Het verbaast me niet eens zozeer dat deze nieuwe president zoveel reacties oproept – wat me verbaast is de boosheid, de angst, de onrust, irritatie, de tendentieuze verhalen en alles wat erbij gesleept wordt. Gelukkig zijn er ook verstandige mensen die ons oproepen om ons niet te laten splitsen in mensen vóór en mensen tégen, en onderlinge verkettering.

    De Dhammapada en de psalm zeggen het allebei: “Erger je niet, wordt niet woedend, voed geen afgunst, het sticht maar kwaad.” Denk niet te luchthartig dat jij niet bitter zal worden, niet boosaardig of onwijs. Ieder woord dat komt over jouw lippen drupt in je kruik totdat hij kwaadaardig overstroomt. Iedere nijdige intentie waar je aan toegeeft brengt je meer woede, ieder zeuren wat je herhaalt, zorgt voor meer onzekerheid.
    De Dhammapada en de psalm zeggen dus dat we onze geest kunnen beïnvloeden, dat we destructieve neigingen kunnen herkennen en stoppen. In deze tijden van verwarring en onrust lijkt het mij een zeer heilzame les – om helder en scherp te blijven op waar wij in meegesleept worden, om uit de mallemolen van angst en onrust te blijven.

    Ons lichaam en onze geest zijn immers een cocktail van emoties en intenties. Je zou een kookboek kunnen schrijven van de mix van alle emoties en waar hun onderlinge beïnvloeding naar smaakt. Ontleed ze eens in jezelf: is er concentratie, aandacht of versnippering en onrust. Is er vriendelijkheid en mededogen of woede en afgunst? Je kunt wat er in je geest zit proeven en wegen: hoe proeft vertrouwen? Hoe proeft liefdevolle vriendelijkheid en mededogen – hoe smaakt het verschil eigenlijk? Voel maar eens hoe mededogen versterkt wordt door vertrouwen. En hoe proeft vreugde en verschilt dat van medevreugde?
    En zijn trouwens de emoties die je in je hebt spontaan opgekomen of kwamen ze pas op nadat je allerlei gedachten en oordelen hebt gevormd? Voelen ze plezierig of onplezierig, of neutraal? Wat doen ze met je? Zijn ze heilzaam?

    Mijn vriend vroeg mij: “Kun je alles wat je doet en denkt opdragen aan het heil van alle levende wezens?” Kun je dat: alleen dat doen wat heilzaam is voor de mensheid, voor mensen, voor jezelf, voor dieren, voor de aarde? Is het je intentie om alleen maar heil te brengen? Is wat er uit je mond komt wáár, is het noodzákelijk om te zeggen en is het vriendelijk? Dragen je daden, je woorden, je intenties en gebaren bij aan het geluk van alle levende wezens?
    Al gaat het maar om een kleine daad, een lief woord, een bloem, een mailtje of kaartje. Kun je er nog ruimte voor maken, in je drukke bestaan, als je je moe voelt en verkouden, als je saggerijnig bent omdat je al zoveel hebt gegeven?

    En wat jou drijft, is dat werkelijk wat jij zegt dat jou drijft? Iemand schreef dat 95% van ons gedrag voortkomt uit onbewuste drijfveren en reacties op emoties. We zouden dus maar 5% van ons gedrag kunnen sturen. Toch maken we er zo vaak een verhaal van en gaan ervan uit dat ons gedrag voor het overgrote deel bestaat uit onze bewuste keuzen. Wij denken dat we ons druk maken voor het heil van de mensen maar wat we doen is met de angst van eerdere ervaringen het nu belagen.

    Als je je leven en je daden telkens weer opdraagt aan het welzijn van alle levende wezens kun je die 95% van onbewust reactief gedrag beïnvloeden. Je verzacht je onheilzame emoties en de heilzame worden versterkt. Haat dooft en medevreugde gloeit op. Het mooie is dat als je je bewust bent van je negatieve emoties, en ze voelt en proeft vanuit de intentie bij te dragen aan het welzijn van alle levende wezens – dat ze dan worden beïnvloed. Ze zullen uitzuiveren en jou sterker maken.

    Je hebt aanmoediging nodig om je leven te blijven opdragen aan het welzijn van alle mensen, om positief te blijven. Het is zo snel vergeten. Van buiten komt er al weer nieuw nieuws aanzetten dat je angstig maakt. Van binnen raast de onrust, de ontevredenheid, het “niet weten wat te doen maar wel vinden dat je iets moet doen”.
    De psalm moedigt ons aan: Doe wat goed is, bewoon de aarde en wees trouw. De kunst is de heilzame gevoelens te ontwikkelen ten koste van de onheilzame. Laat je niet van je pad afleiden – het pad bij te dragen aan het welzijn van alle levende wezens.

    In de Bergrede kun je lezen hoe Jezus onze intentie steunt het welzijn van alle levende wezens te dienen. Vaak wordt gezegd dat Jezus het in de Bergrede opneemt voor de zwakkeren, maar het rijtje zaligsprekingen is veel meer dan dat. Kijk er nog maar eens naar. Jezus brengt als eerste lof aan de armen van geest en de treurenden. Vervolgens zijn het de ootmoedigen die zalig worden genoemd, en dan degenen die naar gerechtigheid dorsten, de ontfermers, en degenen die rein zijn van hart. En op het eind spreekt hij diegenen zalig die vrede stichten, en degenen die vervolgd worden vanwege de waarheid.

    Het mooie is dat het wel een oplopend rijtje lijkt van kwetsbare mensen naar mensen met een sterk en wáár geloof, die zij ook in de wereld willen neerzetten – een rijtje waarin we onszelf kunnen spiegelen. Zijn we niet regelmatig allemaal die zwakken, degenen die de Geest nog niet ontvangen hebben, die treuren om ieder verlies, die ons angstig vasthouden aan onze verworvenheden? Zie onder ogen dat je het ook niet weet, zie je verdriet en onkunde onder ogen – het brengt je tot ootmoed.

    Daar hebben we het woord: ootmoed, dat mooie ouderwetse begrip. Soms wordt ootmoed vertaald naar nederigheid, maar dat heeft een akelige smaak, alsof het goed zou zijn je minder te voelen dan een ander. “Maria die bloosde van weelde, van ootmoed en lieflijke vreugd”. Als ik mijn feministische bril even afzet (soms is die bril handig maar soms staat ze goed kijken in de weg!) dan lees ik niet over een nederige vrouw maar over een vrouw die vervuld is van een gevoel van warme rijkdom en liefdevolle blijdschap. En dat is een hele mooie cocktail. Daar zit een grote scheut bescheidenheid in en een vleugje fierheid. Er klinkt de echo in door van een geschenk dat haar ten deel valt: genade en dankbaarheid.

    Ootmoed is een fiere zachtmoedigheid die ons ondersteunt als we willen bijdragen aan het welzijn van alle mensen. Ootmoed maakt je samen met respect open om te luisteren naar een ander, zonder oordeel. Zelfs als je angstig bent en pijn hebt. Jouw pijn en angst zijn zo menselijk, jouw lot treft duizenden anderen – vanuit ootmoed heb je daar oog voor.
    Ootmoed is het begrip dat de omkeer teweeg brengt. Zonder ootmoed geen waarachtig dorsten naar gerechtigheid, geen waarachtige ontferming. Iedere volgende stap in de rij die Jezus opnoemt kan pas zuiver zijn als de ootmoed aanwezig is. Met recht: de ootmoedigen beërven het aardland.

    Laten we de ootmoed, dit troetelkind van de deugd, in ons leven opnemen – haar herinneren en eren telkens als de opwinding over de politieke ontwikkelingen ons raakt, als de onzekerheid ons leven binnensluipt en we angstig raken of geïrriteerd. Wat de ootmoedigen zullen de aarde beërven. Moge het zo zijn, Amen.



    Wil je meer lezen, van het vorige jaar klik door naar Overwegingen 2016.