Overwegingen van dit jaar

terug naar: aandachtig & nieuwsgierig .
En hier vind je:
Overwegingen 2018 -
Overwegingen 2017 - Overwegingen 2016 - Overwegingen 2015 - Overwegingen 2014 -
Overwegingen 2013 - Overwegingen 2012 - Overwegingen 2011 - Overwegingen 2010 - Overwegingen 2009
Overwegingen 2008 - Overwegingen 2007 - Overwegingen 2006 - Overwegingen 2005

Wil je kennismaken oude overwegingen van mij of mijn collega's bij De Duif, klik dan op Overwegingen basisgemeente De Duif, en kijk bij onder aan de pagina bij eerdere jaargangen of kijk bij Inspireren of bij Vieren.



Overwegingen van het jaar 2019

terug naar: aandachtig & nieuwsgierig



Zondag 14 mei, Grüsse aus Köln, met Petra Hubbeling, Annie Schalkwijk, Ellen Eggerdink en Ella de Snoo
Zie voor de hele liturgie: tekst op site van De Duif Amsterdam,. En anders:

Openingstekst – Bernie Glassman
“Als we merken dat we op straat alles vinden wat we nodig hebben, groeit ons vertrouwen in de fundamentele goedheid van het leven.”

Inleiding

Welkom allemaal bij deze viering, de eerste in de zomerserie Groeten uit … We startten vanmorgen de zomerserie in de Amstelkerk, welkom toch in gemeenschap De Duif. Welkom voor nieuwkomers en oudgedienden, welkom aan 4 van mijn 5 Keulse maatjes.
Deze 2 zomermaanden nemen de voorgangers ons allen mee naar hun inspiratieplekken. Voor mij was dat zonder twijfel Keulen, de stad van de straatretraite eind mei. Voor wie aanwezig was de vorige keer dat ik voorging – op 5 mei was het onderwerp Uit je comfortzone komen. Ik vertelde toen dat ik op straatretraite zou gaan – 5 dagen en 4 nachten op straat in Keulen, zonder geld of telefoon, zonder schone kleren of tandenborstel of kam – alleen een slaapzak en regenjas hadden we bij ons. Volstrekt buiten mijn comfortzone dus, alles in me verzette zich, maar ik ben gegaan.
Vandaag krijgt u de hartelijke en warme groeten uit Keulen en de groeten van de vrouwen met wie ik samen was. Ella, Petra, Ellen en Annie zitten hier en Erica stuurt u een Hollandse groet, zij kon er niet bij zijn. Samen gaan we dieper kijken naar wat er nu buiten die comfortzone gebeurde, daar op de straatretraite en wat het ons brengt, om uit je comfortzone te stappen.

In Keulen zag ik de ansichtkaart met Grüsse aus Köln erop die ik hier voor neergezet heb – helaas kon Fred hem niet gebruiken, vanwege auteursrechten. Ik vond het een prachtig beeld voor deze viering, de verschillende kanten van de stad, de rauwe kanten en de mooie architectuur. Ik wilde die ansichtkaart dus graag hebben voor hier, maar we hadden geen geld. Wat nu? Dappere Ella sprong de winkel in en kwam met de ansichtkaart naar buiten, ze heeft hem gewoon gevraagd én gekregen. Natuurlijk gaan we geen verslag doen van wat er gebeurde, lees daarvoor het Groene Licht van vorige week, waar mijn verslag in staat. Vandaag maken we er een bezinning van op ons verzamelen van eigendommen, op ons altijd maar plannen en zorgen en we zoeken waar onze echte rijkdom nu in zit.
De muziek de we erbij gezocht hebben, bezingt de straat. Alle aspecten van het straatleven komen aan bod: de straat als de plek waar je je een vreemdeling voelt en slecht wordt behandeld, de straat als de weg om op naar huis te lopen. De straat als de plek van vrijheid, weg van alle verplichtingen. De straat als de voorbode van het land van overvloed. En Ladysmith Black Momboza en Paul Simon zingen “We are homeless” / wij zijn thuisloos – wat Zulumannen zeggen als zij de vrouw van hun keuze ten huwelijk vragen.
Vandaag is het Quatorze Juillet: voor ons betekent dat niets, de Fransen vieren de start van de Franse revolutie. Het is hun bevrijdingsdag. Vrijheid, dat past nu weer wel bij deze viering, de vrijheid van de straat. Mijn maatjes en ik, wij wensen ons allen een mooie viering!

Eerste lezing Mattheus 6: 19-36 – uit de Bergrede van Jezus

“Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast en waar dieven inbreken om ze te stelen. Maar verzamel schatten in de hemel, waar noch mot noch houtworm ze aantasten en waar geen dieven inbreken om ze te stelen. Want daar waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. (…)
Daarom zeg ik jullie: maak je niet bezorgd om wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet om de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten en het lichaam niet meer dan de kleding? Kijk naar de vogels van de hemels, ze zaaien niet en maaien niet, en oogsten niet, je Hemelse vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? Wie van jullie kan met zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? (…)
Maak je dus geen zorgen over de vraag: wat zullen we eten of wat zullen wij drinken? Want dat alles jagen de heidenen na. Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodigt hebt. Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden. Maakt u dus niet bezorgd om de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt voor zichzelf.”

Tweede lezing Bernie Glassman – uit: Instructies voor de kok

“Hoe vinden we onze ingrediënten? We openen gewoon onze ogen en kijken om ons heen. Wat nemen wat voorhanden is, wat gewoon voor onze neus ligt en maken daarmee een zo lekker mogelijk gerecht. We werken elk moment met wat we hebben.
Ons lichaam is een ingrediënt. Onze relaties zijn ingrediënten. Onze gedachten, onze emoties en al onze handelingen zijn ingrediënten. De plaats waar we leven, de vallende bladeren, de gesluierde maan, het verkeer in de stad, de winkel op de hoek zijn allemaal ingrediënten.
Om deze ingrediënten te zien, moeten we onze ogen openen. Meestal scheppen we zelf onze grenzen, onze eigen beperkte kijk op de dingen. We bakenen ons territorium af en zien niet meer wat zich daarbuiten bevindt. Door te oefenen gaat ons territorium zich uitbreiden en beseffen we dat we werkelijk alles kunnen gebruiken.
Als we onszelf zien als de wereld, als we de eenheid van het leven zien, kunnen we de hele wereld gebruiken. Door deze zienswijze weet de kok dat elk aspect van het leven een ingrediënt wordt van de Hoogste Maaltijd.”

Overweging

Boeddhistische monniken en nonnen dienen van de Boeddha een goed thuisloos leven te leiden, zo staat het geschreven: ‘een goed thuisloos leven’. Voor ons klinkt dat tegenstrijdig: thuisloos kennen wij alleen als iets dat per definitie niet goed is. Monniken en nonnen geven familie en bezittingen op, zwerven rond en leven van wat ze krijgen. Ze zoeken de weg van ontwaken: hoe te leven in helderheid en liefde, zonder angst, haat en hebzucht. De straatretraite liet ons even onze tenen in het water steken om er iets van mee te maken. Even voelen we hoe dat is, een goed thuisloos leven leiden. Ik had er angstig tegenop gezien. En hoewel in Keulen de angst onmiddellijk weg was, ging me toevertrouwen in stukjes en beetjes.
Als eerste heb ik mezelf toevertrouwd aan de groep, en aan op straat lopen, in Keulen, zonder geld en telefoon. Daarna heb ik mezelf toevertrouwd aan de mensen op straat, met wie we praatten en om geld vroegen, en uiteindelijk heb ik ook mijn lijf toevertrouwd aan het beton van de parkeer-garage om er na 2 doorwaakte nachten eindelijk in slaap te vallen.
Ik voel het ‘t duidelijkst ’s nachts, dat angst en vertrouwen tegengestelden zijn. Overdag kan ik er wel omheen kletsen, maar ’s nachts is het duidelijk: als ik vertrouw - kan ik slapen, als ik niet vertrouw - lig ik wakker. Het is de angst die me verkrampt en mijn blik vertroebelt. Als je bang bent zie je eigenlijk alleen nog maar de beren op de weg. Je denkt altijd als je bang bent dat je angst terecht is en dat houdt je verkrampt. Je kunt je dan niet toevertrouwen aan iets nieuws en je klampt je vast aan het oude bekende. Waarschijnlijk heeft ieder van ons ook die ervaring dat wat je soms als een enorme hindernis ziet, het volgend moment (of de volgende ochtend) onbeduidend is geworden. Wat een opluchting! De beren zijn van de weg. Vertrouwen is wijds en warm, je voelt je sterk en open. Je kunt de hele wereld aan!

In de Bergrede benadrukt Jezus de waarde van vertrouwen: “Maak je niet bezorgd om wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet om de kleding voor je lichaam. … Wie van jullie kan met zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven?”. Met deze lezing kun je cynisch zeggen: moeten we dan allemaal maar op straat gaan zitten om te bedelen? Er moet toch iemand zijn die zaait, en maait en oogst en maalt en brood bakt? Ja, zonder meer, dat is wel fijn. Maar: zaai je met angst en beven, maai je terwijl je piekert, oogst je vooral je zorgen en maal je rond in je gedachten terwijl je je brood bakt? Of doe je dat alles met vertrouwen?
Bernie Glasmann, de zenleraar van wie we 2 citaten hebben gelezen, schreef een boek met Instructies voor de kok. Het is een aloude Zenwijsheid dat de kok de meest verlichte persoon in het klooster dient te zijn. Hij weet iedereen te voeden door met de minste ingrediënten de meest fantastische maaltijd te maken. En dat staat symbool voor ons leven. Kunnen wij de minste ingrediënten van ons leven gebruiken voor de Hoogste Maaltijd? Kunnen wij waarderen wat er voorhanden is? Of zoeken we steeds maar weer nieuwe ingrediënten, betere, sjiekere, gooien we weg wat we hebben en lopen we voorbij aan wat ons wordt aangereikt?
Het was voor mij een openbaring te merken in Keulen dat we alles kregen wat we nodig hadden, en meer nog dan dat. We hoefden niet de hele dag het karton bij ons te houden, we hadden toch iedere avond een laag om op te liggen. Mensen gaven ons in overvloed als we erom vroegen, groepen vrijwilligers maakten iedere avond pannen vol soep en reikten ons hele broden uit, die de bakkers van de stad overgehouden hadden.

Natuurlijk weet ik dat het voor vluchtelingen of voor daklozen met verslavingsproblemen of psychiatrische problemen anders is om op straat te leven, dan voor ons. De straat is een spiegel die jouw ziel weerkaatst. Als je vol zorgen met angst en frustraties op straat leeft, dan weerkaatst de straat jouw angst en ontwijken de mensen je. Ik zag het aan de daklozen op straat die we ontmoetten. Sommigen leefden in een wereld van angst en gebrek en ik voelde mijn neiging om afstand te nemen. Anderen waren vriendelijk en toegankelijk, die krijgen eerder wat.
De straat was relativerend en opende mijn ogen voor mijn eigen vooronderstellingen. Met vertrouwen is op straat alles te vinden wat je nodig hebt, een goed thuisloos leven. Er zijn altijd vriendelijke mensen die willen helpen als jij hen vriendelijk benadert. En sterker nog, op het moment dat wij iets nodig hadden en onze ogen openden en om ons heen keken en vroegen, vonden we steeds weer iets wat ons goed deed. Met angst voor het tekort zie je niet wat voor rijkdom er voor je ligt.
In Het Groene Licht van vorige week schrijf ik daarover: “De hele tocht in de stad ervoer ik als een verrassingstocht. Hoe een vrouw ons leerde herkennen welke blikjes uit een afvalbak statiegeld hadden en ons vertelde van een Foodsharingplek. Hoe die Foodsharingplek ons een lunch van brood van gisteren voorschotelde en een aangename binnenplaats om te zitten. Hoe de binnenplaats ons gesprekjes opleverde en een uitnodiging om deel te nemen aan een maaltijd die avond, vanwege Burendag. Hoe de maaltijd een prettige overnachting in een tuinkamer opleverde. Hoe de vrouw van de tuinkamer ons tipte naar de Hortus Botanicus te gaan, waar Ella en ik een tientje kregen van een vrouw die ons later opnieuw enthousiast herkende.”

Carl Jung, de psychotherapeut die Freuds leer hervormde, voerde de term synchroniciteit in. Dat is een moeilijk woord voor het verschijnsel dat wat er binnen en buiten je gebeurt een zinvol geheel is. Het gaat om de wondertjes die optreden als je ervoor open bent. Het wonder van het universum geeft ons mooie contacten en aangename verrassingen van inzicht.
De straatretraite was voor mij een oefening in het loslaten van plannen en resultaatgerichtheid. Het hielp met het leven te ervaren als een stroom. Niet-al-denken-te-weten, niet-alvast-plannen, niet-maar-vast-organiseren. Nee, niet-doen. Eerst zien wat we nodig hebben en dan zien en erkennen wat er is. Want als je in contact bent in plaats van zitten te plannen, als je je verbindt met anderen in plaats van zitten te organiseren, dan ben je open voor ontmoetingen, open voor iets nieuws. Als je vervuld wilt worden door het leven zal je er ruimte voor moeten maken. Het gaat er om een geest van vertrouwen en vrijheid te ontwikkelen waarin je anders je werk doet en anders rondloopt dan met een geest van angst en bezorgdheid. Met een opgeruimd gemoed, zou mijn moeder zeggen.
Geen zorgen maken, wél weten wat er nodig is, weten wat ik nodig heb, wat wij nodig hebben – en uitreiken naar de wereld, er om vragen, vertrouwend dat het in een of andere vorm zal komen. Jezelf toevertrouwen aan de rijkdom van het leven is niet hetzelfde als vertrouwen dat er altijd rijkdom is, dat het altijd goed komt. Het is het vertrouwen, dat zelfs als het niet goed komt, het toch oké is en er weer een nieuw ‘goed’ zal komen.

“Maak je dus geen zorgen over de vraag: wat zullen we eten of wat zullen wij drinken? Want dat alles jagen de heidenen na. Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodigt hebt.”
Pas als je het wonder van het universum toelaat, kun je een goed thuisloos leven leiden, ja, ook als je een thuis hebt – een leven van helderheid en liefde, open voor wat er maar op je pad komt, dankbaar voor de rijkdom die het leven weggeeft aan wie het maar wil ontvangen.



Zondag 5 mei, Blijf niet zoeken naar de waarheid, laat slechts je overtuigingen los, met Carla Koot
Zie voor de hele liturgie: tekst op site van De Duif Amsterdam,. En anders:

Openingstekst, vrij naar de Boeddha

Aanvaard niets van anderen,
aanvaard niets van de traditie,
aanvaard een uitspraak niet omdat die uit een boek komt,
noch omdat die overeenstemt met uw overtuiging,
noch omdat ik het zeg.
Wees uw eigen lamp.

Eerste lezing Jeremia 32,36-41

De Eeuwige zegt: “Ik breng de mensen terug naar deze plaats en laat hen er veilig wonen. Zij zullen mijn volk zijn en Ik hun God. Ik maak hen een van hart en een van zin, zodat ze Mij altijd zullen vereren, voor hun eigen welzijn en dat van hun kinderen. Ik sluit met hen een eeuwig verbond; Ik keer Mij nooit meer van hen af en blijf hen goed doen. De eerbied voor Mij leg Ik in hun hart, zodat ze Mij nooit meer verlaten.”

Tweede lezing Lucas 24: 36-43 Terwijl de leerlingen spraken over de verschijningen van Jezus, stond Hijzelf plotseling in hun midden en zei: 'Vrede zij u.' In hun verbijstering en schrik meenden ze een geest te zien. Maar Hij sprak tot hen: 'Waarom zijt ge ontsteld en waarom komt er twijfel op in uw hart? Kijkt naar mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij en kijkt: een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals ge ziet dat Ik heb.' En na zo gesproken te hebben toonde Hij hun zijn handen en voeten. Toen ze het van vreugde en verbazing niet konden geloven, zei Hij tot hen: 'Hebt ge hier iets te eten?' Zij reikten Hem een stuk geroosterde vis aan; Hij nam het en at het voor hun ogen op.

Derde lezing van Bernie Glassman

Als je durft níet te weten, als je niet gehecht bent aan je opvattingen, ideeën of meningen kan je in openheid diep luisteren naar de situatie waar je in bent.

Als je alle moeilijke gevoelens en ervaringen accepteert als deel van je alledaagse leven, zijn ze niets anders dan onderdelen van je ontwaken. Je erkent de vreugde en het lijden die je ontmoet. Je wordt vertrouwd met wat het ook maar is: voorspoed en ziekte, vriendschap en oorlog, rijkdom en armoede, leven en dood.
Je bent aanwezig, je vlucht niet weg.

Liefdevolle acties ontstaan vanzelf als je in de situatie van niet-weten stapt en dan erkent wat die situatie is. Ze ontstaan natuurlijkerwijs en hebben niets van doen met je opvattingen over wat liefdevolle actie is.

Inleiding

Goedemorgen lieve mensen, hartelijk welkom op deze mooie zondag. 5 mei, Bevrijdingsdag: het is een prachtige dag om hier samen te komen. Welkom bekende Duifgangers, welkom wie hier voor het eerst is – fijn dat jullie er zijn.
Er zit oorlog in de hoofden van veel mensen in Nederland. Tweede Wereldoorlog, Indonesië, Syrië, Irak, Jemen, de terroristische aanslagen. Zoveel trauma, zoveel verlangen naar Bevrijding, zoveel strijd voor de vrijheid – waar dan ook. Gisteren herdachten we de Nederlanders die omgekomen zijn, in de 2e WO en in de legeroperaties daarna. Het zou mooi zijn, als we ons nationale referentiekader zouden openen voor alle ervaringen van oorlog en verzet van al onze burgers. Het zou mooi zijn als we op Bevrijdingsdag al die oorlogen gedenken die nog in de hoofden en zielen van mensen zitten.
Een van de dingen die vluchtelingen vaak fantastisch vinden in Nederland, is onze vrijheid om overal onze mening te geven – van alles en iedereen in het openbaar iets te mogen vinden en zeggen. Dat is een groot goed en we maken daar ook uitgebreid gebruik van.
Het thema van vandaag lijkt daarmee in tegenspraak: Blijf niet zoeken naar de waarheid, laat slechts je overtuigingen los. Dat onze meningen en overtuigingen niet alleen een uiting zijn van onze vrijheid maar onze vrijheid ook weer kunnen inperken – dat hoop ik in de loop van deze viering met jullie te kunnen delen.
Wij zijn hier gekomen, vanochtend, om met ons allen samen te zijn, te bezinnen en ons te laten raken. Liederen, gebed, teksten, overweging, we hebben weer een prachtige mix samengesteld, waarvan we hopen dat ze ons hart beroert en verzacht.
Carla en ik wensen ons allen een fijne viering.

Overweging

Over 2 weken ga ik 5 dagen op straat leven. Straatretraite – heet het. We verzamelen in Keulen en dan leveren we al onze spullen in, inclusief geld en telefoon. Het enige dat we meenemen is ons identiteitsbewijs en een rugzak met een slaapzak erin. Geen tandenborstel of kam, geen schone kleren, niets. 5 dagen overleven waarin we bedelen voor ons eten en op straat slapen.
Ik heb lang gezegd dat ik die wereld wel aardig in beeld heb, die van de daklozen – ik werk tenslotte al 13 jaar in de daklozenopvang. Maar natuurlijk heb ik nooit zelf ervaren hoe het is als je om geld of eten bedelt en afgewezen wordt. Ik weet niet hoe hard de straat slaapt. Het lijkt me vreselijk, maar ik ga het doen.

Je kunt er zo lekker comfortabel in verankerd zitten: je bekende leventje, je overtuigingen, je ideeën, de wereld die je voor jezelf gemaakt hebt. Al je spullen en bezittingen en gewoonten. De wereld is overzichtelijk, je bent er geborgen. Onze overtuigingen geven ons nog het meest het gevoel van geborgenheid, het is prettig om te weten hoe de wereld in elkaar zit. En vanuit onze luie stoel becommentariëren we graag de wereld.
Het lastige is dat als we goed gesetteld zijn, we al heel snel een oordeel hebben over onszelf en over anderen, over wie de losers zijn en tegen wie we opkijken, mensen die het nog beter voor elkaar hebben. En eigenlijk worden we daar na verloop van tijd ongelukkig van, van dat geborgen leventje.
Geborgenheid is leuk, maar de vrijheid lonkt. Om gelukkig te worden moet je uit je comfortzone kunnen stappen, de wereld onderzoeken, nieuwsgierig zijn, je meningen loslaten en durven treden buiten wat je bekend is. Is de wereld wel zo als ik aanneem dat ie is? Is mijn oordeel wel terecht?
Dat kun je alleen maar toetsen als je open en zonder vooroordeel de wereld instapt en hem toelaat.

In deze tijd na Pasen verschijnt Jezus aan zijn leerlingen, een flink aantal keer. Soms herkennen ze hem niet, Maria Magdalena aan het graf, of de Emmaüsgangers, totdat hij een bepaald gebaar maakt of een woord spreekt. Andere keren, zoals in het verhaal van vandaag, is hij onmiddellijk herkenbaar maar vreest men een geest te zien.
Meestal geven we bij deze verhalen alle aandacht aan Jezus, en de vraag of we dit verhaal van de lijfelijke aanwezigheid van Jezus na zijn dood nu letterlijk moeten nemen of symbolisch.
Maar laten we hier niet aannemen wat de kerkelijke autoriteiten zeggen, we nemen het niet aan op gezag van de bijbel maar onderzoeken, zijn nieuwsgierig. Wat is nu de kern van dit verhaal: is dat de vraag of dat Jezus in vleselijke gedaante verscheen en verdween of is het de ontwikkeling van de leerlingen?
Ik vind wat de leerlingen meemaken het meest interessant. Zij herkennen Jezus, plots, zomaar op allerlei plekken – soms in lijfelijke gedaante, soms in zijn gebaren of woorden. We herkennen dat vast wel. Dat je degene die je ontvallen is en die je liefhad plots buiten ziet lopen, in het loopje van iemand verderop in de straat. Dat iemand met wie je al een tijdje praat een woord zegt of je aankijkt op een manier dat je denkt: o, mijn god, dat is mijn overleden geliefde. Na een aantal weken of maanden houdt dat op. Diegene is van de buitenwereld naar binnen gegaan, hij of zij is in je hart gaan zitten, voorgoed. Je geliefde is niet dood maar leeft voort. Eerst nog buiten je, maar na een tijdje in je. Dat zal straks ook gebeuren, met Pinksteren: Christus zal indalen en voortaan onze ziel inspireren.

Nu, deze dagen tussen Pasen en Pinksteren, oefenen de leerlingen om hun kleinheid te overwinnen, om boven zichzelf uit te stijgen. Zolang zij leerlingen van Jezus zijn, blijven zij wankelmoedig en ongelovig. Telkens vragen ze om meer uitleg.
Nu is die tijd voorbij: niet meer omdat Jezus het zegt, niet meer omdat het in de oude boeken van de traditie staat, niet meer omdat ze ergens in geloven of een overtuiging hebben. Ze zullen het moeten doen met hun eigen lamp. Zij zijn geen leerlingen meer die uitleg nodig hebben, maar zij zijn het zelf die met heel hun gebrekkige inzicht de uitdragers van het geloof zijn geworden, omdat het vuur in hen brandt. Dáár ligt de grote transformatie, het grote wonder. Ze zijn hun eigen lamp geworden, tegen wil en dank.

Die schutterende leerlingen, dat zijn onze voorgangers, dat zijn de mensen met wie wij ons kunnen identificeren – meer dan met Jezus. Die wankelmoedige mensen zijn wij. Het is niet onze vaste overtuiging die ons tot een moedig mens maakt. Nee, we worden moedig als we onze overtuigingen en onze ideeën laten varen en zien wat de werkelijkheid is. Toen Petrus de haan hoorde kraaien, drong het tot hem door – zijn mooie beeld van zichzelf houdt geen stand in de echte wereld. Deze falende Petrus, die zo overtuigd van zichzelf was, en die zo bitter weende op de dag dat zijn Heer gevangen was genomen en hij hem loochende – aan die Petrus is Jezus ook verschenen. Toen werd ook Petrus geraakt door het geloof en met Pinksteren zal hij de moedigste zijn. Of misschien was het wel andersom. Misschien is het niet zo dat Jezus’ verschijning hem in vuur en vlam zette, maar was hij al lang gedoopt in het vuur van het geloof, en herkende hij dáárom Jezus in zijn wereld.

Dat wat geweldig was aan Jezus zien de leerlingen nu nog buiten zich. Ze zijn bezig om zich die kwaliteiten eigen te maken. Ze oefenen om boven zichzelf uit te stijgen, boven hun bange ikje in hun geborgen wereldje.
Wat gebeurt er met mensen die boven zichzelf uitstijgen? Trekken zij zichzélf aan de haren uit het moeras? Zijn het hun geloofsovertuigingen die hen sterk maken? Nee integendeel, om groots te zijn moet je je overtuigingen loslaten en jezelf overgeven, dat heeft Petrus ervaren.

We kennen vast allemaal dat gevoel van smelten, aan het eind van een ruzie bijvoorbeeld. Het is het gevoel van aarden in de schoot van wie je houdt. Overgave: wat is dat anders dan niet-weten en jezelf toevertrouwen, je overtuigingen en oordelen over die ander laten varen? En je toevertrouwen aan de wereld? Het is wat we in het geloof genade noemen, wat nodig is om boven jezelf uit te stijgen.
Iets, zo groot als het lichamelijk verschijnen van hun leraar, heeft de leerlingen in apostelen veranderd. Iets van de grote goddelijke liefde, die Jezus uitdroeg, is in hun hart gelegd.
Dat hebben ze na zijn sterven niet willen laten gaan. Zoals God in onze eerste lezing zegt: “De eerbied voor Mij leg Ik in hun hart, zodat ze Mij nooit meer verlaten”.
Dat is een geschenk, dat is genade. Eerbied voor God in je hart, dat is geen geloofsovertuiging.
Respect voor het hoogste in het leven, ontzag voor de kracht van liefde, hoogachting van rechtvaardigheid, eerbied voor barmhartigheid. Dat alles draag je in je ziel, in je hart. Dat heb je geleerd van die leraar Jezus van je. Dát is het wezenlijke in de wereld en dat ervaar je als je je ideeën, je meningen en overtuigingen varen laat en je hart opent.

Dus ik laat mijn bekende wereld achter en ik ga op retraite, een onbegrijpelijke retraite, daar op straat. Ik weet niet wat ik aantref, ik weet niet wat er gaat gebeuren. Ongetwijfeld is mijn ervaring niet te vergelijken met echte dakloosheid. Dat hoeft ook niet. Dit is al ver buiten mijn comfortzone.

Ik wens ons allen veel nieuwsgierigheid en veel lef om buiten onze comfortzone te stappen en ons aan de genade over te geven. Geborgenheid is goed, maar vrijheid is beter.
Moge het zo zijn.



Zondag 24 maart, Elk moment een nieuw begin, met Natalie Hakhoff
Zie voor de hele liturgie: tekst op site van De Duif Amsterdam,. En anders:

Inleiding

Goedemorgen lieve mensen, hartelijk welkom in de Duif. Fijn dat jullie er zijn, welkom als je speciaal voor deze viering gekomen bent, en welkom als je hier zondags steeds weer komt. Welkom in deze lenteviering.
Deze passietijd van 7 weken is een lange voorbereidingstijd van wachten, verwachten, opschonen, onder ogen zien en steeds even opgelicht zien wat Pasen is, de bevrijding die ons is beloofd van de zwaarte van het bestaan. Soms, even is ons thema van de passietijd voor Pasen.
Als het leven lastig is, breekt soms even het licht door. In je eenzaamheid breekt de zon door in de glimlach van iemand die voorbij gaat. Als je pijn lijdt, slaat iemand een arm om je schouder. Soms, even wordt lijden opgeschort of dragen mensen het samen. Dan ervaren wij God in ons leven. Dan breekt het heilige door in ons alledaagse bestaan.
Vandaag is het thema Ieder moment een nieuw begin. Op de flyer staat nog Is dit de laatste kans? aangekondigd. Maar bij de voorbereiding van deze viering moest het dit andere thema worden. Je hoort soms wel eens spreken dat iemand een laatste kans verdient. Daklozen, ex-gedetineerden, verslaafden die het te bont hebben gemaakt en mensen hebben belazerd, krijgen soms een zogenaamde laatste kans aangeboden. Gelukkig doen wij op mijn werk daar niet aan, iedereen kan altijd weer opnieuw beginnen.
Ieder moment een nieuw begin, daar geloof ik in. Dat erváár ik in het bestaan – hoe we steeds weer mogelijkheden aangereikt krijgen om ons leven tot iets moois te maken. Zelfs als je ernstig hebt gefaald, zelfs als je schuld hebt aan het lijden van anderen.
Vandaag lezen we erover. We kijken eens wat dieper, hoe dat nu werkt met falen – en hoe ook hier als je door het besef van falen bent heengegaan er weer een nieuwe kans opduikt.
Natalie en ik wensen ons allen een goede viering toe!

Openingsgebed – H. Oosterhuis

Dit dat ja nee voortjagend voortgedreven
niet kunnen willen toch zo moeten leven
overal nergens niemand op het spoor.
dan jij, ik hoor je stem. Ik zie – soms even.

Eerste lezing Uit Mattheus 26

Petrus zei tegen Jezus: “Misschien zal iedereen u afvallen, ik nooit!.” Jezus antwoordde hem: “Ik verzeker je: deze nacht zal je, nog voor de haan heeft gekraaid, mij driemaal verloochenen.” Petrus antwoordde hem: “Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit.” (…)
Petrus zat buiten, op de binnenplaats. Er kwam een dienstmeisje naar hem toe en zei: “Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea.” Maar hij ontkende dat met klem zodat allen het konden horen: “Ik weet niet waar je het over hebt.” Toen hij wilde weggaan naar het poortgebouw zag een ander meisje hem. Ze zei: “Die man hoorde bij Jezus van Narzareth!” Opnieuw ontkende hij en hij zwoer: “Echt, ik ken de man niet.” Even later kwamen de omstanders naar Petrus toe, ze zeiden: “Je bent wel degelijk een van hen, trouwens je accent verraadt je.” Daarop begon hij te vloeken en zwoer: “Ik ken die man niet.” En meteen kraaide er een haan. Toen herinnerde Petrus zich wat Jezus gezegd had: “Voor er een haan gekraaid heeft, zal je mij driemaal verloochenen.” Hij ging naar buiten en huilde bitter.

Tweede lezing – Kisa Gotami en de Boeddha

“Eens verbleef de Verhevene in het Jetavana klooster. In Savatthi leefde toen een vrouw, Kisa Gotami geheten, wiens kind plots was overleden. De vrouw liep, verdwaasd, met de baby nog tegen zich aangedrukt over straat en vroeg aan elke voorbijganger of deze geen medicijn kende dat haar zoontje opnieuw tot leven zou kunnen wekken. Niemand kon haar helpen, maar haar werd aangeraden om naar de Boeddha te gaan; deze werd tenslotte ‘de genezer van mensen’ genoemd. Misschien wist hij een medicijn om haar zoontje tot leven te wekken.
Bij de Verhevene aangekomen deed zij haar verhaal en de Boeddha vroeg haar voor het medicijn naar de stad te gaan om aan de inwoners mosterdzaad te vragen. Het mosterdzaad moest komen uit een huis waar nog nooit iemand overleden was. Waar ze ook kwam, iedereen wilde haar mosterdzaad geven, maar er was geen huis waar niet een familielid, grootmoeder, vader, zus of kind gestorven was.
Toen kwam Kisa Gotami tot het besef dat zij niet de enige was die met de dood geconfronteerd werd en dat er al meer mensen gestorven waren dan dat er leefden. Door dit besef kon zij afstand nemen van haar dode kind; ze begroef hem in de jungle en keerde terug naar de Boeddha.”

Overweging

De moeder van een van de twee mannen die in de documentaire Leaving Neverland vertelden hoe Michael Jackson hen als kind heeft misbruikt kwam in beeld. Ze zei dat ze haar zoon zomaar in goed vertrouwen aan Jackson had meegegeven, omdat hij beroemd is en ze hem daarom vertrouwde. Zij had het niet gezien, ze had haar kind niet beschermd, ze had het gevoel dat ze als moeder had gefaald.
Falen is een akelige ervaring. De grond zakt onder je voeten weg. Je hebt iets niet gedaan wat je had moeten doen, zoals deze moeder. Ze voelt zich schuldig aan de pijn van een ander.

Petrus huilt, hij zit in zak en as. hij voelt zich ernstig tekort geschoten. Hij was de meest trouwe leerling, een van de eerste, een visser die alles achterliet om Jezus te volgen. Nooit, nooit zou hij zijn leraar verloochenen. Maar toch, tot 3x toe dacht hij alleen aan zijn eigen hachje en hij begon zelfs te vloeken en te zweren dat hij Jezus niet kende.
We weten niet of Petrus daar ter plekke gevaar liep, of ook hij bedreigd werd – maar het zelfbeeld van Petrus is naar de gallemiezen, hij heeft zijn leraar verloochend.
Het besef dringt door: hij heeft gefaald. Hij heeft zijn leraar miskend, hij heeft zichzelf teleurgesteld.

Het gevoel van falen is niet zomaar dat er iets mislukt is of fout is gegaan. Daar kun je nog vrij laconiek over zijn. Falen is veel zwaarder, je voelt schuld. Het had niet mogen gebeuren. Dat falen, dat betrek je op jezelf. Je denkt: ‘ik ben mislukt’, shame on you.

Kisa Gotami kan niet toegeven dat haar zoontje is overleden. Het is haar geliefde zoon. Ze is stuk van verdriet en blijft proberen haar zoon te redden. Onder ogen zien wat niet te veranderen valt, is een lastige zaak als je helemaal niet wil dat het is zoals het is. Kisa Gotami’s verhaal is al te menselijk, we kijken geregeld door de bril van valse hoop.

Jaren geleden heb ik 4 jaar verschrikkelijk hard gewerkt om het retraitecentrum De Tiltenberg te redden. Ik was aangesteld als directeur en het lukte me niet. Ik werd steeds verbetener en dát werd niet door iedereen als prettig ervaren, integendeel – ik nam medewerkers tegen me in. Ik was geen aangename directeur meer, er kwam zelfs een opstand tegen mij.
Bij falen hoort dat je moet beseffen en toegeven wat je eigen aandeel is. Ik had, achteraf gezien, al veel eerder kunnen beseffen dat we het niet gingen redden bij De Tiltenberg, maar ik wilde dat niet zien. Ik deed hard mijn best. Ik ben verbeten doorgegaan, wilde niet opgeven.
Ik hoopte op een slim plan, of een wonder, die financiën moesten op orde komen en ik zweepte iedereen op. Na het falen, na de sluiting van het centrum, was ik niet alleen overspannen maar het heeft me ook een paar jaar gekost om weer vertrouwen in mijn eigen managementkunsten te krijgen.

Dat onder ogen zien, opgeven, aanvaarden dat je een misstap hebt begaan als je anderen echt leed hebt toegebracht, of dat je iets niet hebt gekund waarvan je vindt dat je het had moeten kunnen – dat is erg lastig. Je moet onder ogen zien dat je niet bent wie je dacht te kunnen zijn. Geen valse hoop meer.

Het verhaal van Kisa Gotami is ook dat van niet opgeven van de hoop. Ze leurt met haar dode kind, kan de werkelijkheid nie tonder ogen zien. En dan geeft de Boeddha haar nóg meer valse hoop. Hij stuurt haar weg om voor genezing mosterdzaad te halen, terwijl hij weet dat aan de situatie niets te veranderen valt. Hij kan haar zoontje, met of zonder mosterdzaad, nooit terug tot leven wekken, want die macht heeft hij niet. Hij is maar een mens zoals wij, geen god.
Het klinkt niet sympathiek van de Boeddha, die opdracht. Maar de Boeddha heeft waarschijnlijk al over haar gehoord. Hij heeft beseft dat de vrouw de harde waarheid ook van hem niet zou accepteren. Iedereen in haar omgeving heeft haar al proberen over te halen haar dode zoon los te laten. De Boeddha gaat daarom een stap verder. Hij wil dat de vrouw zelf ontdekt, zélf ervaart wat hij haar zou kunnen zeggen, wat iedereen haar voortdurend zegt. Hij heeft er al vaker op gewezen: “Ga niet voort op de woorden van een ander, maar doe onderzoek, ervaar het zelf.” De overtuiging van een ander kan nooit jouw eigen ervaring vervangen.
Dus zij gaat vol hoop op zoek naar mosterdzaad uit een huis zonder verdriet. Zij put zichzelf uiteindelijk uit. Hoeveel huizen is zij langs gegaan, voordat zij besefte dat overal, werkelijk overal mensen sterven? Dat er geen liefdevol huis bestaat zonder verlies van geliefden?
Dan laat zij los, ze buigt haar hoofd en ze begraaft haar zoon.

In feite is het gevoel van falen een vorm van rouwen omdat je heel moeilijk kunt accepteren dat het ging zoals het gegaan is. Het falen zelf voelt vreselijk, alsof alles instort. Je wereld stort in, je zelfbeeld stort in. Je wordt er erg bescheiden, zelfs deemoedig, van.

Maar dan, het falen is niet het einde van het verhaal. Als iets instort betekent dat ook dat er ruimte komt, er breekt een straaltje licht door de ingestorte muur. De plek van falen is de plek om weer op aarde te belanden.
In het lijdensverhaal in Mattheus horen we niets meer van Petrus. Maar later komt hij terug in de Handelingen van de apostelen, dan is hij gesterkt en overtuigd. Zijn falen is dus niet het einde geweest. Hij heeft zich herpakt en is er sterker uit tevoorschijn gekomen. Het verhaal van Kisa Gotami gaat verder: nadat ze haar zoontje heeft begraven staat ze op. Ze gaat terug naar de Boeddha om het leven van de thuislozen te aanvaarden, het leven als non. Ze gaat dus een nieuw leven aan.
En ook ik ben weer manager geworden, met veel plezier en met goed resultaat.

Het moment dat je beseft dat je gefaald hebt is tegelijk het moment van verlossing van wat je hoog hebt proberen te houden. Wat een ontdekking. Als de grond onder je voeten weg is, kun je vliegen, ben je vrij. Waarin je je vastgebeten had is weg. Je hoeft niets meer hoog het houden, niets meer te bewijzen. De plek om te falen is daarom de beste plek om te leren. Op mijn werk roep ik altijd bemoedigend naar mijn medewerkers: “Fouten maken mag, zolang je er maar van leert”.
Als je niet gaat lopen verbloemen dat je gefaald heb, kom je er wijzer uit tevoorschijn. Je hebt de werkelijkheid leren kennen en je bent jezelf tegengekomen. De waarheid die tot je doordringt is misschien niet aangenaam maar ze is altijd bevrijdend. Het falen bevrijdt je van een verkeerd beeld van jezelf.

Het meest verbazingwekkende vermogen van een mens is volgens Hannah Arendt, een Duitse filosofe, niet onze kwetsbaarheid of sterfelijkheid, maar juist onze veerkracht, ons vermogen om telkens weer op te staan en iets te maken van de omstandigheden waarin we verkeren. We kunnen dat: steeds weer opnieuw beginnen. En niet één keer, maar telkens weer want ons vermogen om nieuwe plannen te maken, om enthousiast, verliefd, bevlogen, bezield te worden is enorm.

We hebben onder ogen gezien dat we faalden, we hebben het overleefd, we hebben de spanning losgelaten. We zijn bevrijd. Er schijnt weer licht door de breukvlakken van ons uithoudingsvermogen. Er is weer een nieuw begin mogelijk. We zijn een levend wezen op aarde, een wezen dat gebreken kent en falen kan. We begrijpen degenen die falen beter, we hebben meer mededogen. We leven, we kunnen weer opnieuw beginnen.

Die vreugde, lieve mensen, die vreugde dat we opnieuw kunnen beginnen, dat is onze veerkracht en ónze levensvreugde. We kunnen altijd weer opstaan, ieder moment is een nieuw begin mogelijk.
Moge het zo zijn.



Zondag 24 februari, De kracht die in je hart woont, met Carla Koot
Zie voor de hele liturgie:tekst op site van De Duif Amsterdam, met muziek van Yma Sumac!. En anders:

Inleiding

Lieve mensen, goede morgen. Met deze ongewone klanken wensen Carla en ik u een heel stralende morgen. Fijn dat jullie er zijn, welkom mensen die voor het eerst hier zijn – leuk dat je komt kijken! Fijn om hier weer te staan, en te mogen improviseren met muziek nu het koor vakantie heeft.

Sinds ik wist dat het koor niet zong liep ik rond met de gedachte de muziek van Yma Sumac als uitgangspunt te nemen voor deze viering. Wie mij vaker zonder koor heeft meegemaakt weet dat we al een viering rond Leonard Cohen hebben gehouden en een met enkel Mississippiblues en de laatste was met Klezmermuziek. De stijl van de muziek moet aansluiten, zelf een boodschap hebben. Daarom aarzelde ik met Yma Sumac.
Yma Sumac - bijna niemand die ik spreek kent haar. Wie zij is? Ze maakte haar muziek in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Ze komt uit Peru, haar stembereik is 4,5 octaven groot. Ze nam met de band van haar man Peruaanse volksliederen op hun repertoire. Samen gingen ze het binnenland van Peru binnen, onder meer het gebied van de Jivaro, de koppensnellers in het noorden, wiens taal zij leerde. Ze namen hun geluiden en melodieën op en ze vermengde ze met haar eigen muzikale erfenis. Haar fascinerende muziek was favoriet bij koningin Wilhelmina maar werd ook soms als bizar ervaren. Ze is nagenoeg vergeten geraakt.

Waarom vandaag deze muziek? Mij maakt de muziek van Yma Sumac altijd blij en vurig – ik dans door mijn huis als ik haar cd’s opzet. Ik versta niets van haar teksten, het meeste zal Spaans zijn of inlandse talen. Maar de intentie versta ik des te beter: vuur en levensvreugde.
En vurige muziek kunnen we wel gebruiken bij het thema van vandaag: De kracht die in je hart woont. We lezen over Jozef die door zijn broers verkocht in Egypte de gunst van de farao weet te verwerven en een hoge positie krijgt. Door hongersnood gedreven gaan zijn broers naar Egypte en komen als smekeling. Dan heeft Jozef de macht over hen – hoe gaat hij reageren?
En we lezen uit Lucas befaamde aansporing: “Bemint uw vijanden, doet wel aan wie u haten.”
Waar anders dan in het diepst van onze passie en liefde moet een dergelijke aansporing landen om vrucht te dragen? Daarom Yma Sumac, voor het broodnodige vuur en een flinke schep levensvreugde.

Carla en ik wensen ons allen een gepassioneerde viering toe!

Muziek van Yma Sumac:
Goomba Boomba – Yma Sumac – Mambo
Llora Corazon – Yma Sumac – The spell off
Malaya – Yma Sumac – The spell of
Indian Carnival – Yma Sumac – The spell of
Gopher - Yma Sumac – Mambo
Yawar – Yma Sumac – The Legend of Jivaro
Wanka – Yma Sumac – The legend of Jivaro
Bo Mambo – Yma Sumac – Mambo

Openingsgebed Boeddha - Lakkhana Sutta:

Een dwaas is herkenbaar aan zijn gedrag.
Een wijs mens is herkenbaar aan zijn gedrag.
Iemands onderscheidingsvermogen toont zich in zijn optreden.

Eerste lezing Genesis 45: 1-11

Nu kon Jozef zich voor de overige omstanders niet langer goedhouden en hij riep uit: `Stuur iedereen weg.' Zo was er niemand meer bij, toen Jozef zich aan zijn broers bekend maakte. Hij huilde zo luid, dat de Egyptenaren het hoorden; ook in het huis van Farao werd het bekend. Jozef zei tot zijn broers: 'Ik ben Jozef. Maakt vader het nog goed?' Maar zijn broers konden geen woord uitbrengen, zo ontsteld waren zij over hem. Jozef echter zei tot zijn broers: `Kom toch dichterbij.' Toen ze dichterbij gekomen waren, zei hij: `Ik ben Jozef, de broer die jullie naar Egypte verkocht hebben. Je hoeft niet zo terneergeslagen te zijn en jezelf niet meer te verwijten dat jullie mij hierheen verkocht hebben, want God heeft mij voor jullie uitgezonden om jullie in leven te houden. Er heerst nu al twee jaar hongersnood in het land en er komen nog vijf jaren dat het ploegen geen oogst oplevert. God heeft mij vooruit gezonden, om jullie voortbestaan op aarde te verzekeren en om velen het leven te redden.’

Tweede lezing Lucas 6: 30-38

‘Tot u die naar mij luistert zeg Ik: Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen. Als iemand u op de ene wang slaat, keert hem ook de andere toe; en als iemand uw bovenkleed van u afneemt, belet hem niet ook uw onderkleed te nemen. Geeft aan ieder die u iets vraagt, en als iemand wegneemt wat u toebehoort, eist het niet terug. (… )
Weest barmhartig, zoals uw Vader barmhartig is. Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden; veroordeelt niet, dat zult ge niet veroordeeld worden; spreekt vrij en ge zult vrijgesproken worden. Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten. Met de maat waarmee gij meet, zal u de maat genomen worden.’

Gebed – Boeddha – Dhammapada

Haat wordt nooit door haat overwonnen;
Haat wordt overwonnen door vriendelijkheid,
dit is een tijdloze waarheid.

Overweging

Twee weken geleden deed ik mee aan een 3daagse training en de aftrap van de training was een korte oefening. “Loop 10 minuten door het gebouw en noteer wat je opvalt.” Dat wat ons opviel, waar ons oog aan bleef plakken, dat moesten we opschrijven op een notitieblokje. Na die 10 minuten wisselden we uit wat we opgeschreven hadden. Ik had felle kleuren gezien die me vrolijk maakten. Ik zag ook hoe het gebouw georganiseerd was, wat er klopte en beter zou kunnen, in mijn hoofd was ik al aan het reorganiseren geslagen. Iemand anders had een straatnaambordje gezien dat haar herinnerde aan haar ongelukkige huwelijk, een boek met de titel: “Waar ging het fout” en een folder van een cursus over nieuw leven. En eigenlijk noemde iedereen weer heel andere dingen, dingen die ik verdorie allemaal níet gezien had.

Er zijn blijkbaar oneindig veel prikkels om ons heen. Dat wat je opvalt is wat je herinnert aan wat je kent, waar je van houdt, of waar juist helemaal niet van houdt. De dingen die je ziet zijn signalen die jíj oppikt, en misschien wel niemand anders. En ieder ziet zo zijn eigen wereld. Wat je ziet en meemaakt weerkaatst dus jouw eigen levensproces.

Jozef is het lievelingetje van zijn vader. Hij verklikt alle slechte daden van zijn broers aan zijn vader. Zijn broers haten hem daarom, ze willen van hem af en verkopen hem aan mensen die op reis zijn naar Egypte. Ook in Egypte wordt hij gehaat en miskent. Hij is het brave type dat het allemaal beter weet en wordt daarom miskent. Hij zit jaren in de gevangenis, maar hij werkt zich op tot vertrouweling en hulp van de farao.
Dan staan zijn broers vele jaren later voor hem als smekelingen. Er is een grote hongersnood, ze komen om voedsel. Wat gaat er in Jozef om? Kan er na zoveel kwaad hem aangedaan iets goeds uit Jozef komen?

Je kunt het niemand kwalijk nemen als hij verpletterd wordt door het kwaad. Misschien heeft Jozef al die jaren in slavernij en gevangenis zijn broers gehaat en wraak gezworen. Dit moment is wat je in het Engels noemt: His finest hour. Nu is zíjn tijd gekomen. Jozef is kwaad gedaan. We hadden Jozef begrepen als hij, na zoveel jaren ellende, zijn broers had laten verhongeren.
Hij kan het niet laten om ze flink de stuipen op het lijf te jagen. Jozef stelt zijn broers op de proef en speelt een gevaarlijk spel met hen. Hij laat ze zijn jongste en enige volle broer ophalen, en laat zijn zilveren drinkbeker in diens bagage stoppen om hem daarna te “betrappen” op diefstal. Ondertussen groeit zijn rouw en zijn ontroering, regelmatig trekt hij zich terug om te huilen. Hij neemt de jongste gevangen. Tot Juda, een van zijn oudere halfbroers, hem smeekt om hém gevangen te nemen en de jonge Benjamin te laten gaan. Hun vader zou het verlies van zijn jongste niet overleven.
Dan breekt Jozef. Zijn ziel scheurt open in het oude verdriet. Hij schreeuwt het uit en dan stroomt er alleen nog maar liefde uit zijn mond en genegenheid. En wat hij zegt is dit: Hij is niet langer verraden en verkocht, hij is vooruit gezonden door God om zijn familie te redden van de hongerdood.
Oftewel het kwaad is weg, er is vergeving, er is genade. Het enige wat nog telt is dat Jozef zijn familie kan redden. Er is alleen nog maar vreugde en passie in Jozef.

Het is een oude vaak gesteld vraag: kan er uit iets fouts, kan er uit het kwaad, iets goed voortkomen?
Kan je als je haat voelt wel liefhebben? Dat is toch precies wat Jezus ons vraagt: “Bemint uw vijanden, doet wel aan wie u haten.” Kan dat wel: je vijanden liefhebben en goed doen aan wie je haat? Goed doen is niet al te moeilijk als het jou goed gaat. Ook niet oordelen is niet zo heel moeilijk als er geen scherp oordeel jouw richting uitgegaan is. Maar lastiger wordt het als het je slecht gaat of als je scherpe oordelen over je heen krijgt of gediscrimineerd wordt of ontmenselijkt, tot slaaf gemaakt.
Ik denk niet dat je van je vijand, van de mens die je dat aandoet, kunt houden – nee, dat gaat niet. Iemand noem je juist een vijand omdat je absoluut niet van die persoon kunt houden. Zodra je van een persoon gaat houden is het geen vijand meer, liefde gaat niet met haat samen.
En waarschijnlijk gaat het Jezus daar nu juist om.

Belangrijker namelijk dan haten en liefhebben is góed doen, goed te doen aan je naasten, goed te doen aan wie je niet kent, goed te doen aan wie je haat. En het belangrijkste dat Jezus ons leert is om te goed te doen, juist als het kwaad je treft.
Kijk: als Jezus zegt dat je je vijand moet liefhebben heeft hij niet over gewone liefde, over jouw persoonlijke hartsvoorkeur, maar hij heeft het over je beslissing geen verschil te maken tussen mensen. Ieder ander mens heeft het recht op een respectvolle vriendelijke behandeling omdat die ander een mens is, wát die ander ook in jou voor gevoelens oproept. Hoe raar iemand er ook uit ziet in jouw ogen, hoe vreemd hij ruikt, hoe erg hij jou ook heeft behandeld, hoe schel zijn stem en misdadig zijn gedrag – al die oordelen die je over hem kunt hebben: het is een mens met een hart en ook hij heeft goede kwaliteiten. Je oordeel of je angst staat het in de weg om dat te zien. Als je de mens ziet achter zijn gedrag, en als je díe mens goed behandelt, als je vriendelijk bent, dan verdwijnt de haat.
Haat kan niet door haat worden overwonnen, alleen vriendelijkheid kan haat overwinnen. Dat is een tijdloze waarheid. Het gaat er dus in wezen om dat je géén onderscheid maakt. Zelfs als je een ander haat, zelfs als je een gerechtvaardigde hekel hebt aan die ander, dan nog behandel je die ander als je gelijke, als de gelijke van degene om wie je geeft. Als je dat kunt dan kan je hart zich openen. Dan ook kan je vijand veranderen in een mens met gebreken.

De teksten van vandaag gaan over stoppen met oordelen en veroordelen, over vrijspreken en gul geven opdat ook jij vrijgesproken wordt en dat aan jou ruimhartig gegeven wordt.
Jozef kan pas onbaatzuchtig worden nadat hij broederliefde voor zich zag. Zijn haat werd overwonnen door vriendelijkheid. Het is de vriendelijkheid van zijn broer Juda, die zichzelf wil opofferen voor de jongste broer en voor de rust van zijn oude vader – die broederliefde is wat uiteindelijk Jozef doet smelten en de kracht van zijn passie opent.

Dus de vraag of er uit iets fouts iets goed kan komen beantwoord ik met: Nee, er komt niets goeds uit – het kwaad is verpletterend en dát baart geen goede daden. Máár: ménsen maken het verschil, wíj kunnen anders reageren dan voor de hand ligt. Als mensen met liefde handelen, dan kán het kwaad wegsmelten, het kán zijn kracht verliezen. Dan komt er ruimte voor het goede. Er is geen garantie, maar het kán, het kwaad kan smelten omdat het liefde ontmoet.

De oefening die ik 2 weken geleden deed liet me zien dat de werkelijkheid je overtuigingen weerspiegelt. Je verwacht van een ander dat hij zich op dezelfde manier gedraagt als jij zou doen. Met de maat waarmee jij denkt dat anderen jou meten, meet jij hen en met de maat waarmee jij meet, verwacht je ook gemeten te worden.

Je kunt dus vanzelfsprekend blijven ronddwalen in de wereld alsof iedereen in dezelfde wereld loopt, je kunt je vast houden aan je oordelen en je afwenden van degenen die je veroordeelt. Maar je kunt je ook losmaken van wat vanzelfsprekend lijkt, je kunt je oordelen opgeven. Je kunt je hart laten raken en goed doen. Je kunt vriendelijkheid in de wereld zetten. Je kúnt je vijand veranderen in een mens met gebreken. En uiteindelijk, als je je hart opent schenk je jezelf de grootste kracht: die van je eigen passie en levensvreugde.

Moge het zo zijn.



Wil je meer lezen, van het vorige jaar klik door naar Overwegingen 20187.