Overwegingen van dit jaar

terug naar: aandachtig & nieuwsgierig .
En hier vind je:
Overwegingen 2017 - Overwegingen 2016 - Overwegingen 2015 - Overwegingen 2014 -
Overwegingen 2013 - Overwegingen 2012 - Overwegingen 2011 - Overwegingen 2010 - Overwegingen 2009
Overwegingen 2008 - Overwegingen 2007 - Overwegingen 2006 - Overwegingen 2005

Wil je kennismaken oude overwegingen van mij of mijn collega's bij De Duif, klik dan op Overwegingen basisgemeente De Duif, en kijk bij onder aan de pagina bij eerdere jaargangen of kijk bij Inspireren of bij Vieren.



Overwegingen van het jaar 2018

terug naar: aandachtig & nieuwsgierig



Zondag 6 mei, De vreugde van de gerechtigheid
Zie voor de hele liturgie: tekst op de site van De Duif Amstrerdam.

Opening:
Eerste lezing:
Tweede lezing:

Inleiding

Goede morgen lieve mensen, hartelijk welkom in deze viering in De Duif. Het is prachtig weer en ik ben blij met iedereen die de zon even heeft achtergelaten om hier samen een uur van bezinning te delen. Welkom als je hier voor het eerst bent, welkom als je hier iedere week te vinden bent, en alle anderen ook!

Een paar jaar interviewde ik een Afrikaanse theologe, Esther Mombo. Zij vroeg mij wat ik, als witte westerse vrouw, van zwarte theologes dacht te kunnen leren. Mijn antwoord was: “Geloof”. Want, in tegenstelling tot de witte feministisch theologes die ik hier in Nederland ken – zag ik bij zwarte vrouwen en zwarte theologes een sterke verbinding vanuit hun hart met het geloof dat zij bestudeerden.
Waarop zij eraan toevoegde: “de vreúgde van het geloof”. Ja, de vreugde van het geloof. Die zie ik bij zwarte gelovigen en in veel mindere mate in mijn eigen kerkgeschiedenis.

Toen ik 12 of 13 was, was het 2e Vaticaans Concilie al een paar jaar achter de rug. Er woei een frisse wind door de katholieke kerk. We formeerden een jongerenkoor. Een van ons speelde op een Hammond orgeltje, en ons repertoire was vrij beperkt, maar swingend. Het waren vooral negro-spirituals die we zongen, de eerste swingende liederen die doordrongen in onze sacrale kerk. Ik heb ze voor vandaag uitgekozen als repertoire om naar te luisteren en mee te zingen. Ons koor heeft nog vakantie, en deze liederen zijn aanstekelijk van vreugde.

Ze ontstonden in de tijd van de slavernij en werden in de kerk gezongen maar ook erbuiten. De mensen werkten op het veld en terwijl zij op de maat van de muziek het land bewerkten, zongen zij gezamenlijk liederen. De liederen zijn christelijk, ze spreken over de bijbel, en hoe met de geest van God te leven. Maar ze hadden ook geheime betekenissen. “When Moses went to Egypt Land, let my people go” – “Toen Mozes naar Egypte ging: laat mijn mensen gaan” – je hoeft niet lang te denken hoe de mensen toen het lied ervoeren.

Afgelopen zomer heb ik een Bluesviering gehouden, met het thema Zwart Water. De viering van Zwart Water ging over de tijden in je leven dat er geen stroming lijkt te zijn, geen licht, alleen maar een poel des doods. Ik heb met jullie mijn liefde voor de blues gedeeld. Deze melancholieke muziek vindt ook zijn oorsprong in de slavernij en gaat over een onmogelijk leven, over eenzaamheid, geweld en verlatenheid, terwijl ze tegelijk toch troostend is - want vol levensvreugde. Datzelfde hoor ik hier ook terug, bij de Afro-Amerikaanse spirituals, die is ook levensvreugde, en dan een met hoop, de hoop die kracht geeft en vertrouwen in een vrije toekomst.

Vandaag dus spirituals en teksten over de vreugde van de gerechtigheid. Liesbeth en ik wensen ons allen een vreugdevolle viering.

Overweging

In maart was ik een week in Ethiopië en het overkwam me weer, dat wat iedereen die wel eens een tijdje in een totaal vreemde cultuur is, overkomt: vervreemding en onzekerheid. Nu zit de hele wereld inmiddels vol met toeristische geruststelling, maar als je buiten de gebaande wegen gaat besef je opeens hoeveel je leeft vanuit vanzelfsprekend¬heden die in een andere cultuur niet werken. Een vreemde cultuur vraagt van je om je verwachtingen en aannames los te laten – dan kun je andere mensen echt ontmoeten en begrijpen wat er gebeurt.

Zoiets is het ook als we het Oude Testament lezen, over het volk en over hun God. Voor we het weten interpreteren we het verhaal vanuit wat we nu weten, met de kennis van nu dus. Gerechtigheid is voor ons zó vanzelfsprekend. Als iemand de wet met voeten treedt, dan zijn we verontwaardigd. Dat de Amerikaanse president voortdurend de waarheid met voeten treedt, vinden we krankzinnig.
Maar: vinden wij vreugde in de wet? Ik dacht het niet, rechtvaardigheid is noodzakelijk maar vreugdevol – nee dat is het niet echt. Het is een basisvoorwaarde voor onze samenleving waardoor we vanuit vertrouwen leven kunnen.

Als we naar de teksten van vandaag kijken, dan zien we het volk in hun hart vreugde vindt bij de Ene omdat hij recht dóet. Dus, dat wat voor ons vanzelfsprekend is, en zelfs een beetje lastig op zijn tijd: die gerechtigheid, dat is voor het volk van het Oude Testament nieuw, het schept een nieuwe veilige wereld en is daarom een bron van grote vreugde.

Jesaja brengt dat nog eens uitdrukkelijk in beeld: “Ik, de Ene, spreek gerechtigheid uit, ik meld rechtmatigheden! – er is geen andere God buiten mij om”. De God van het Oude Testament is dus de God van de rechtvaardigheid. En hij is degene die redt – géén andere God redt. Dus de rechtvaardigheid is het nieuwe uitgangspunt van het volk van God, geen andere Goden, geen andere principes, uit rechtvaardigheid komt de redding. Geen mensen¬offers meer, geen uitbuiting, geen recht van de sterke, niet de macht en het gekonkel, niet een oord van duisternis – nee het stralende licht van de gerechtigheid. Eerlijke rechtspraak en trouw aan elkaar, recht aan weduwen en wezen, recht aan wie verloren leek. Dat geeft vreugde!
Het is niet eens de gerechtigheid zelf die vreugde geeft, er wordt niet altijd recht gedaan, denk maar aan de vreugde van de spirituals. Maar wij hebben wéét van de gerechtigheid, en omdat we er weet van hebben kunnen we erop hopen, en erop vertrouwen dat het recht eens werkelijkheid zal worden. Wij geloven met onze God dat vrijheid en gerechtigheid altijd zullen doorbreken, hoe zwaar de onderdrukking ook is. Die hoop geeft vreugde, het délen van die hoop geeft vreugde. Recht doen ís zelf vreugdevol.

Met dit verhaal van God als de Ene die recht doet ontstaat een nieuwe maatschappij, een waar nog steeds onze wortels liggen. Soms zou ik wel eens willen meemaken hoe dat volk in elkaar zat, daar bij de vleespotten van Egypte, en daar in de dorre woestijn, en in die eerste perioden in dat land Israël, hoe het op elkaar reageerde, welke vanzelfsprekendheden het onderling had. Waarschijnlijk was er een sterk overlevingsmechanisme gaande waar het recht van de sterkste heerste. God moest zich nog bewijzen, als machtige.

Blijkbaar kwam toen het besef van rechtvaardigheid als het meest essentiële als bliksemslag bij heldere hemel, als een van God gegeven mogelijkheid. Nieuw dus maar ook iets dat telkens opnieuw ontdekt en bevestigd moet worden. Generaties lang is het volk God ontrouw, net zolang tot het in de haarvaten zit van de mens. Wat wij ons geweten noemen, ons gevoel voor verhoudingen, voor wat recht is en krom – dat is daar gezaaid – en het was de God van de rechtvaardigheid die dat plantte in ons. Rechtvaardigheid is voor eens en altijd neergezet als basis van de samenleving. De Joden spreken over de Vreugde van de Wet. Er is zelfs een joodse feestdag met die naam, De Vreugde van de Wet, waar God gedankt wordt voor de Thora, de Wetten. De wet geeft veiligheid en dat schept vreugde in ons hart.
Volgens sommige theologen begint de bijbel eigenlijk hier, het volk dat de God van de gerechtigheid leert kennen – en dan met name bij Exodus, de uittocht uit Egypte. Daar leert het volk zich te voegen naar het recht. Jesaja verwijst naar Genesis, het boek van de schepping waar de bijbel mee begint. Het boek Genesis in de bijbel begint zo: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en ledig, duisternis lag over de diepte; en de Geest van God zweefde over de wateren. Toen sprak God: er moet licht zijn: en er was licht.”
Woest-en-ledig – zo zag de aarde eruit voordat God licht schiep en water en land en hemellichamen en alles op aarde. Jesaja zegt dat God niet voor dat woeste en ledige de aarde schiep, maar om er een rechtvaardige plek van te maken. Dus God schiep een orde van vrede op basis van de rechtvaardigheid en daarvoor had hij de aarde nodig.
God had de aarde nodig om een orde van rechtvaardigheid te kunnen maken!

Van de Duitse bevrijdingstheologe Dorothee Sölle heb ik geleerd dat ook God zich ontwikkelt in de loop van de eeuwen. Niet alleen een volk ontwikkelt zich, zoals wij allen ons ontwikkelen. De God van het recht ontwikkelt zich ook met het volk in de woestijn en in het nieuwe land Israël. Met Jezus, zegt Sölle, brak een nieuw stadium door voor God. Met Jezus is God in het vlees gekomen, dat wil zeggen – in het tijdelijke hier en nu, in óns. Verder ontwikkelt de Ene zich, verder dan de gerechtigheid, die op wetten is gebaseerd – en die wij kunnen volgen. Jezus reikt ons de liefde aan – het hart als de zetel van Gods recht. Hij noemt zijn leerlingen “vrienden” en geen “dienaars”. Zij zijn géén dienaars van de wet. Zij zijn mensen die zelf vrucht zullen dragen – zolang ze bij zijn gebod blijven: elkaar lief te hebben – dat wil zeggen je elkaar zo lief te hebben dat je je met lijf en ziel inzet voor elkaar.

Hier spreekt Jezus van een andere God, een God die als een Vader is voor zijn kinderen – nog steeds rechtvaardig, vanzelfsprekend, maar nu vooral vol van liefde, een liefde die de wet vervolmaakt.
Dorothee Sölle ziet de openbaring van Jezus dus als een stadium in de groei van Gód naar zijn uiteindelijke identiteit: God wil volledig present zijn in de mensen en uiteindelijk dáár in opgaan. Dan zijn het de mensen die helemaal Gods aanwezigheid op aarde zijn en is er geen verschil meer tussen God en mensen die de grootse liefde leven.

Het is een boeiend idee – onze God ontwikkelt zich doordat wij ons ontwikkelen! Door de geschiedenis heen zien we dan een rechtvaardig volk tot ontwikkeling komen, dankzij een God die redt door het recht. Met Jezus hervormt God zich naar een liefdevolle God, een God die mensen troost en verwarmt en tot leven roept, tot hun ware zijn. Wij maken ons die grote liefde eigen, zoals wij mensen ons de rechtvaardigheid eigen maakten. En daarmee is het verhaal nog niet uit, God ontwikkelt zich verder, omdat wij ons verder ontwikkelen - God wil helemaal een met ons worden.

En de vreugde? Misschien is onze vreugde het voertuig waarmee God zich ontwikkelt. Onze vreugde is ontstaan in de hoop en het vertrouwen op de rechtvaardigheid. Het roept steeds weer op tot een rechtvaardige wereld. Onze levensvreugde ontstaat in de liefde, vreugde om één te zijn met de hoogste liefde: onszelf te geven voor de mensheid.
En die Goddelijke vreugde is niet vreugde omdat het leven leuk is, niet omdat je krijgt wat je graag wilt – niet eens omdat je hoopt op een komende bevrijding, nee. Gerechtigheid doen en je ziel en lijf geven voor elkaar geeft altijd vreugde.
Laten we de gerechtigheid en de liefde niet voor vanzelfsprekend nemen. Laten we die vreugde zien, herkennen en eren.

Onze levensvreugde kunnen we met ons meedragen ongeacht hoe onze omstandigheden zijn. Laten we de vreugde als een Goddelijke brug beschouwen, onze levensvreugde als de brug waarover wij lopen van een onrechtvaardige wereld naar een rechtvaardige, en van een afgesloten leven naar een die overstroomt van liefde.
Amen.



1 april 2018, Pasen, Teken van onvoorwaardelijke liefde
Zie voor de hele liturgie:tekst op site van De Duif Amsterdam.

Opening: Daniël 12:13
Eerste lezing: Lucas: 24:1-11
Tweede lezing: Lucas: 8:21-43

Inleiding

Goede morgen lieve mensen, heel hartelijk welkom op deze Paasmorgen.
Vandaag is de dag, schreef ik in de flyer over de viering van vanmorgen. 40 dagen werkten we toe naar Pasen, met een hele serie Tekens van Onvoorwaardelijke liefde hebben we de afgelopen zondagen, en witte donderdag en goede vrijdag naar deze dag toegeleefd. Vandaag is de dag dat we de volle kracht van onvoorwaardelijke liefde vieren.

Zoals ieder jaar lezen we het verhaal van het lege graf, de vrouwen die Jezus niet vonden in het graf, en die van stralende witte gestalten hoorden dat Jezus verrezen is. Na het laatste avondmaal, na de kruisiging en de dood van Jezus, na een sabbatsdag vol stilte en rouw – is er dit verhaal van opstanding en het ongeloof – Jezus is dan wel met Pasen opgestaan maar niemand gelooft het nog. Ik heb het verhaal naast het dubbelverhaal gezet van een 12 jarig meisje dat door de aanraking van Jezus tot leven komt en de genezing van de vrouw die zelf Jezus aanraakt.

Ik koos dit als een nieuwe invalshoek om te kijken naar wat dat overbekende Paasverhaal nog steeds voor ons betekenen kan. Ieder jaar weer vieren we dat, de verrijzenis van Jezus, zijn afwezigheid in het graf, de boodschap dat hij verrezen is. De Heer is waarlijk opgestaan!
Dat het Paasverhaal zou gaan over een God die zijn Zoon laat sterven om daarna tot leven te wekken om ons van onze zonden te verlossen – dat wil er bij ons niet meer in. De Remonstrantse Kerk adverteert op de radio: is de opstanding van Christus nepnieuws of biedt het diepgang en zin aan je leven? Wat kan dit verhaal ons nu vertellen?

Hoe toevallig is het dat Natalie meedeed aan de Passion in de Bijlmer en daar figureerde bij het verhaal van de bloedvloeiende vrouw? Het was in ieder geval een prachtige opwarming om vandaag samen voor te gaan en er een inspirerende Paasviering van maken. Wij wensen ons allen een fijne viering toe.

Overweging

Van de week sprak ik een vrouw die haar enige kindje had verloren, voordat het geboren was. Zeven jaar waren voorbij gegaan voordat ze besefte dat het rouwproces nog niet afgerond was. Op een dag realiseerde ze zich dat het kindje geen naam had gekregen - geen erkenning van haar bestaan door het noemen van haar naam. Door in de openbaarheid haar een naam te geven en te noemen bevestigde ze dat het kindje er was, dat het er mag zijn, zelfs al is ze nooit geboren. Het hielp haar om zelf weer meer tevoorschijn te komen, om een doods stukje in haar leven te overwinnen en weer levensvreugde op te pakken.

'Wat zoekt ge de Levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen.” Met een hele groep vrouwen waren ze naar het graf gegaan met welriekende kruiden om zijn lichaam te balsemen. Maar hij was er niet meer, de steen was weggerold. Twee gestalten in een stralend wit kleed vertelden hen waarom hij er niet meer was: Jezus is verrezen.

Voor de viering van deze Pasen heb ik het verhaal van erkenning naast het verhaal van opstanding gezet. Want het verhaal over de drie vrouwen in een mannenwereld is een verhaal van erkenning. De eerste vrouw is nog een meisje, op de rand van volwassenheid. Twaalf jaar is ze, de leeftijd waarop meisjes huwbaar worden volgens de Joodse wet en zij kan of wil niet meer leven. Haar vader heet Jairus, hij is overste in de synagoge, hij smeekt Jezus haar te redden. De tweede vrouw is haar moeder. Waar vaders beschikken over hun dochters is het niet vanzelfsprekend dat de moeders genoemd worden en aanwezig zijn als de mannen zich over het meisje ontfermen. Jezus neemt de moeder mee de kamer in waar het meisje ligt, alle anderen worden weggestuurd.
En dan is er de vrouw die al 12 jaar bloed vloeit, dat wil zeggen: als 12 jaar menstrueert. Door haar ziekte is zij onrein volgens de Joodse wet. Dat betekent dat alles wat zij aanraakt moet worden weggegooid en dat iedereen die zij aanraakt onrein wordt en zich ritueel moet wassen. Zij heeft haar hoop op Jezus gevestigd – zolang die het maar niet ziet of ontdekt want ze vreest ook zijn afwijzing.

De vrouwen in beide verhalen weten wat het is om buitengesloten te zijn. Wat de vrouwelijke apostelen vertellen over de twee engelen die hen verschenen en over Jezus verrijzenis vertelden, wordt door hun vrienden beschouwd als beuzelpraat, als onzin. De vrouw die Jezus aanraakt is al 12 jaar uitgesloten van de samenleving, een verschoppeling.
En wat nog meer bevreemd: de drie vrouwen in dit verhaal geen van allen een naam. Dat is vreemd, alle mannen die in dit verhaal aanwezig zijn, de apostelen, de vader, Jezus zelf, worden met name genoemd. Maar de vrouwen worden niet bij name genoemd, terwijl zij toch de hoofdpersonen van het verhaal zijn. Het dochtertje van Jaïrus heeft geen naam, alsof haar vader belangrijker is dan zij. De moeder niet. De vrouw die Jezus aanraakt om te genezen wordt vernoemd naar haar ziekte en zelfs na haar genezing blijft ze voor eeuwig de bloedvloeiende vrouw. Ik maak me sterk dat Jezus hun namen heeft gekend en genoemd. Maar het verhaal is revolutionairder dan de latere schrijvers van dit evangelie bevroeden, zij hebben de namen niet onthouden.
Dit verhaal over een oudere vrouw en een jonge vrouw ís revolutionair. De eerste vrouw zit bekneld in de reinheidswetten, die van haar vrouwelijkheid een gevangenis maken. De ander staat op de drempel van haar volwassenheid als vrouw – weigert zij het leven als vrouw?
Zij worden beiden door Jezus genezen. Hij doorbreekt de conventies die vrouwen klein houden en hij heeft maling aan de reinheidswetten. Hij laat zich raken een vrouw die bloed vloeit, en zelf pakt hij de hand van het dode meisje. Zijn contact met hen geneest hen. Deze vrouwen worden gezien, ze zijn belangrijk in Jezus’ ogen. Ze mogen er zijn, ze mogen leven, eten, dansen, leven, liefhebben en aangeraakt worden.

Wat is dat toch voor kracht die maakt dat Jezus genezen kan? Hij breekt dan wel de conventies waarin zij gevangen zitten, maar waarom is dat helend?
Het gaat om de heiligheid van zijn kracht. Wat is het heilige in zijn aanwezigheid dat mensen geneest? Thomas Merton, een moderne Amerikaanse monnik en sociaal activist die jong in 1968 is overleden, beschrijft in zijn boek ‘Zaden van contemplatie’, over heiligen. Heiligen zijn niet heilig omdat ze een bewonderenswaardig en vroom leven leiden, nee. Hij zegt het zo: “Heiligen zijn heilig omdat hen de last ontbreekt om anderen te beoordelen en te veroordelen.” Heiligen oordelen en veroordelen dus niet, sterker nog: ‘Hen ontbreekt de lást om anderen te veroordelen’, schrijft Merton. Oordelen is dus een last, en heiligen kunnen die last loslaten. Zij zijn in staat om door hun absolute mededogen, barmhartigheid en vergeving, het goede in anderen naar boven te brengen. Heilige liefde, liefde zonder oordeel, geldt onvoorwaardelijk en is weldadig. Het is zo’n soort liefde die Jezus geeft aan de mensen, zonder oordeel, vol mededogen. Hij ziet de mens. Hij heeft lak aan conventies.

Als liefde wordt gegeven zonder ”last van oordeel of veroordeling” dan is het onvoorwaardelijke liefde. Dat is een ander soort liefde dan wij dagelijks voelen, toch? De liefde die wij meestal geven of ontvangen moet aan een aantal stevige voorwaarden voldoen. Wij geven niet te snel onze liefde uit angst voor misbruik. We trekken onze liefde terug als we teleurgesteld zijn of boos. “Je krijgt mijn liefde als je goed je best doet”: zo zijn we opgevoed, zo delen we gewoonlijk onze liefde uit, zo verwachten we de liefde te verdienen. Liefde is maar al te vaak een beloning voor goed gedrag.
Bij Jezus gaat dat niet zo. De kracht van Jezus was de kracht van onvoorwaardelijke liefde.
“Hij voelde een kracht van zich uitgaan” staat er geschreven. Hij was zo open, en zijn kracht was zo sterk dat het er gewoon was voor eenieder die erin gelooft en het aanneemt. Hij kón het niet eens meer tegenhouden.
Tegen de vrouw die zijn kleed aanraakte zegt hij: “Je geloof heeft je gered”. Jezus zegt dus zelf dat niet híj haar heeft gered maar dat zíj zichzelf heeft gered dankzij haar geloof in zijn kracht! Jezus kon niet toveren – zijn kracht geldt voor alle mensen die het zien en erin geloven.

Misschien is er nog in uw achterhoofd dat ene vraagje: maar dat opstaan uit de dood, is het nu echt gebeurd of niet? Ís Jezus echt lijfelijk opgestaan uit zijn dood?
Ik denk dat Jezus niet beschikte over super toverkrachten. Dat is niet het Paasverhaal. Hij is niet de martelaar die heilig is ómdat hij dood is en hij is niet heilig omdát hij weer opgestaan is. Zijn voortleven is méér dan een mooie herinnering, méér dan een bittere pil, méér dan iemand die het waard is bij te zetten in de galerij van heiligen. Het gaat om zijn onvoorwaardelijke liefde, voorbij de oordelen over anderen, dat Jezus tot verlosser maakte. Niet de méns Jezus, maar wat hij heeft laten zien, is het dat de mensen redt. Dát is het ware Paasverhaal.
Zijn leerlingen vermoeden dat nu nog, bevragen het, twijfelen, maar straks over 50 dagen met Pinksteren zal het tot iedereen doordringen: Wij kunnen allemaal leven en de dood in ons leven en dat van onze geliefden overwinnen, als wij lak hebben aan conventies en vanuit de kracht van onvoorwaardelijke liefde leven.



7 januari 2018, Sta op en schitter!
zie voor de hele viering: tekst op de site van de Duif Amsterdam.

Opening: Matt 2:1-4
Eerste lezing: Jesaja 60:1-6
Tweede lezing: Psalm 72

Inleiding

Goedemorgen, lieve mensen, fijn dat jullie hier zijn op de eerste zondag van 2018. Vorige week hebben we een spetterende viering gehad, samen met de Blije Buren – met muziek, zang en vooral veel eten en gezelligheid hebben we om 11 uur met de eersten op de wereld het nieuwe jaar ingeluid. Wat mij betreft is een nieuwe traditie geboren!

Vandaag spetteren we nog even verder want het thema is ‘Sta op en schitter’, de glorie van de Levende gaat over ons op. We lezen het prachtige visioen van Jesaja van vreugde en rijkdom dat ons zal toevallen.

Het boek Jesaja waarin het prachtige visioen staat geschreven dat we zullen lezen, is geliefd bij Christenen. Jesaja kondigt elders een bevrijder-Messias aan. En omdat over Jezus toch duidelijk gemaakt worden dat hij die Messias was vinden we de drie Wijzen terug bij Matteus, niet bij de andere evangeliën. Het verhaal van de drie Wijzen is de brug van Jesaja naar Christus. De legende heeft er drie koningen van gemaakt, afkomstig uit de drie toen bekende continenten, Europa, Azië en Afrika. En of het nu wijzen, magiërs, astrologen of koningen waren, dat maakt niet uit – ze waren iets hoogs en ze namen de geschenken mee die Jesaja al noemt.

Het verhaal, de legende, van de drie Koningen benadrukt dat de geboorte van Jezus om de geboorte van de Messias draait – precies zoals Jesaja had voorspeld. Dat met Jezus de Messias, de bevrijder is geboren - dat wordt herkend door zowel de laagsten in menselijke rangorde, de herders als door de hoogsten, de wijzen.

Nu zag ik eergisteren de documentaire Human Flow van Ai Wei Wei. Hij gaat over alle vluchtelingenstromen in de wereld. Het onvoorstelbare getal van 65,5 miljoen mensen die op de vlucht zijn, ergens in de wereld en proberen te overleven – dat bracht hij in beeld. Een film van twee-en-een-half uur menselijke ontheemding en ellende plus het failliet van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en Europa.
En toen moest ik hier vandaag vertellen over opstaan en schitteren. En ja, dat betekende dat de overweging moest worden omgegooid en herschreven!

Hoe dit visioen van Jesaja te rijmen is met die vluchtelingenstroom en een oproep aan óns om te stralen – daarover gaan we het vandaag hebben.

Overweging

Vorige week droomde ik mijn lievelingsdroom. Ik ben in een stad die ik niet ken. Het is een prachtige stad, met mooie grote gebouwen, de straten zijn helder en licht, er is veel water en prachtige moderne architectuur. Ik kom aan en ben verrukt door de schoonheid. Ik loop met graagte de stad in. Ik besef dat ik er heg noch steg ken maar ik vertrouw er volledig op dat ik de weg naar huis terug zal vinden.

Deze droom verscheen me na een tijd van zorg en verlies en hij geeft me vertrouwen in de toekomst. Ik kan zo de energie weer voelen van die droom: ik sta daar en heb een schitterend gevoel.
“Sta op en schitter want uw licht is gekomen.” Het visioen van Jesaja was gericht aan het volk van Israël, dat bedreigt wordt in zijn bestaan door vijandelijke invallen. Het volk is benauwd en angstig, en vreest voor zijn voortbestaan. Jesaja voorspelt hen vreugde, erkenning en rijkdom, een visioen als mijn droom: licht, glans, glorie en stralen van vreugde.

Het feest van vandaag dat bij deze lezing hoort wordt ‘epifanie’ genoemd: epifanie, een plotselinge openbaring. Een diepe ervaring die, als bij bliksemslag, alles in het leven in een ander kader zet. Je leven ziet er volledig anders uit. Het is veranderd, jíj bent veranderd.
Als ik nadenk over wat mijn leven plotsklaps heeft veranderd dan hoef ik niet lang te denken. Meermalen heeft de dood van geliefden mijn leven en mijzelf ingrijpend veranderd. Als de dood toeslaat in je omgeving, dan is er iets definitiefs gebeurd, dat alles verandert. Het leven is veranderd en jij móet veranderen om er iets van te maken.

Het tweede dat bij mij opkwam toen ik nadacht over wat mijn leven drastisch heeft veranderd zijn de belangrijke besluiten die ik genomen heb, de keuzen in relatie en studie en werk. Ook die veranderen meer dan je van te voren kunt bevroeden.
Hoe prachtig is het om “ja” te zeggen, “ja” tegen het leven, tegen die keuzen die je kunt maken, om een besluit te nemen om op te staan en tevoorschijn te komen in al je kracht. Wie ben je om je licht onder de korenmaat te zetten?

Zijn we bevoorrecht dat we dit soort keuzen kunnen maken? Die vraagt priemt in mijn hoofd sinds ik de documentaire heb gezien van Ai Wei Wei over de eindeloze vluchtelingen¬stroom, de regen, de bootjes op zee, de uitgestrekte troosteloze kampen, 65 miljoen mensen op drift. Mensen die vluchten uit hun huis en land, zij hebben vaak de dood in de ogen gekeken: ze hebben bombardementen overleefd, hun geliefden zijn vermoord, het eigen leven wordt bedreigd. Ze zijn vertrokken, alles achterlatend wat ze hadden opgebouwd. Onder de voet gelopen, je huis en haard verwoest en dan nog het ergste dat moet komen: in een vreemd land verblijven: verlaten, gehaat en door niemand gewenst.

Ik kwam er niet uit gisteren, hoe ik dit in een overweging bijeen moest zien te brengen. Sommige problemen zijn te groot om er een oplossing voor te weten. Ik denk dat de grootte van dit vluchtelingenprobleem vergelijkbaar is met de slavernij van vroeger. Net zoveel ellende en willekeur. Net zo’n grootschalig en schijnbaar onoplosbaar probleem vanwege alle economische belangen. De Gouden Eeuw, Hollands welvaren dankzij de slaven. Toen konden we toch niet de slavernij afschaffen – onze hele welvaart zou instorten. Zo nu ook, onze economie en onze welvaart kunnen we niet toch niet laten vernietigen door 65 miljoen vluchtelingen toe te laten?

De realiteit van ons Europa, het terugsturen van vluchtelingen naar Turkije, dat droogt de stroom bootjes naar Europa op, maar het lost níets op van de hoeveelheid menselijke ellende. Dít is de modder waarin wij staan, ons eigen veilige warme leven staat in de modder van een gated community, een Europa met een muur eromheen dat zijn eigen Rechten van de Mens niet meer waar kan maken. We sturen de mensen terug waarvan we hebben ooit verklaard hebben dat ze het recht hebben om opgenomen te worden.

Jesaja’s visioen geeft ieder volk en ieder mens in ballingschap hoop op een toekomst. Er zullen betere tijden aanbreken – de Levende zal je weer opwekken, met goud en wierook zal je opstaan en schitteren als nooit tevoren. Dit visioen roept het vermoeide ontheemde volk toe: eens zal je schitteren, geef de moed niet op, en neem vast een voorschot, nu – voel het!
In mijn overweging in december zei ik: Als we door de bril van de dood kijken, wordt het leven scherp en schitterend. “Sta op en schitter”, roept de dood ons toe. Ook, en soms zelfs juist, in ellendige omstandigheden is het mogelijk om levenskiemen te ontdekken, hoop op een toekomst, liefde om te delen, het verlangen groots te zijn en niet bij de pakken neer te zitten.

Het wereldprobleem overstijgt ons verbeeldingsvermogen en tóch moeten we ons ertoe verhouden. We zullen er een oplossing voor ontwikkelen, en we kunnen dat als we onze ogen openen voor visioenen en hoop. Er kan altijd meer dan waar we bang voor zijn. Onze verbeeldingskracht zal ons laten zien wat kan. Ook de slavernij is ooit afgeschaft.
Met je voeten in de modder en je geest wijd open – dat rukt je hart open. En dat is waarschijnlijk het enige wat we nu kunnen doen: ons hart openen door te kijken naar de schijnbaar onoplosbare ellende van de vluchtelingen.
Zouden we dat kunnen, iedere dag een stap zetten die onze hart verder opent? Zouden wij kunnen kijken met een open en warm hart naar de vluchtelingenstroom, naar de ellende van de mensen in Turkije en God mag weten waar allemaal, in de mensonterende kampen? Kunnen we de mensen aankijken, hun verhaal laten spreken, hun wanhoop zien, hun woede en bitterheid absorberen. Kunnen we dat zonder meteen te bedenken wiens schuld het is en wat er zou moeten gebeuren; zonder meteen te rationaliseren dat Europa dit niet aankan allemaal en dat we dus niets hoeven te doen.

Lieve mensen, ik ben niet gewend over politieke vraagstukken te spreken hier in de kerk. Ik heb de oplossing ook niet. Maar wat ik wel weet is dat het visioen niet alleen in eigen leven klinkt! Het klinkt juist voor al die mensen die zouden willen leven zoals het ons gegund is, in vrede en vrijheid en welvaart. Dat visioen – laat het ons toch vooral oproepen om zonder oordeel te durven kijken naar wat er gaande is. Laat het ons helpen iedereen als mens recht te doen en in de ogen te kijken.

Mijn droom van een nieuwe mooie open uitnodigende stad vertelt van het visioen van openheid en vertrouwen in de weg. Ik moest denken aan die prachtige uitspraak van Pippi Langkous: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.” Ook wij hebben het probleem van zoveel vluchtelingen en zoveel mobiliteit in de wereld nog nooit eerder opgelost. Dus laten we ervan uitgaan dat we het wel kunnen.

Lieve mensen, we hebben straks onze nieuwjaarsreceptie, we heffen het glas om elkaar een schitterend jaar toe te wensen. Laten we het visioen om óp te staan en te schitteren hoog houden, en iedereen toewensen die het nodig heeft.
Amen



Wil je meer lezen, van het vorige jaar klik door naar Overwegingen 2017.